3e zondag in de vasten C - 2004

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 155 niet laden

Mensen komen Jezus vertellen hoe Pilatus een aantal Galileeërs heeft laten vermoorden; wie achter de woorden leest hoort in die mededeling meteen de vraag doorklinken naar het waarom van dat lijden; hetzelfde voor de instorting van de Siloam-toren waarbij achttien doden te betreuren vielen: is hun dood de onvermijdelijke straf voor hun zonden? Naar vandaag toe vertaald : een bus met bedevaarders op weg naar Lourdes stort in een ravijn met zoveel slachtoffers: hoe heeft God dit in godsnaam kunnen toelaten? Als we zo een berichten horen zeggen we hoe is dat ‘in godsnaam’ mogelijk. Het woordje ‘godsnaam’ alleen al zegt veel: gebeuren die dingen in Gods naam ? draagt Hij daar verantwoordelijkheid voor…

Jezus’ antwoord laat aan duidelijkheid niets te wensen over: Hij neemt afstand van een denken over God die optreedt als een wraakzuchtige meester die zich zou verheugen in het lijden van mensen. Voor Jezus is God veeleer een liefhebbende Vader, die zijn kinderen vol tederheid tegemoet treedt…

Maar dat is wellicht te gemakkelijk gezegd… God is een liefhebbende God die dit lijden niet wil… Tot de dag komt waarop je zelf geconfronteerd wordt met een mededeling die je hele leven overhoop gooit, of dat van jou en je kind, je zoon, je dochter die voor een onmogelijke uitdaging staat… zal hij, zal zij de ziekte overwinnen …

Een jonge vrouw -ze is van mijn leeftijd- weet dat haar dagen geteld zijn; na jaren vechten en een paar operatieve ingrepen kwam het verdict: ‘voor u kunnen wij niets meer doen’ oordeelden de dokters … ‘ik kan niet meer wenen’ zegt ze, ‘k heb geen tranen meer over , ten andere dat haalt toch niets uit…’ en zo heeft ze ook alles dat verwijst naar haar christelijk geloof weggestopt… en ze zegt erbij: ‘vroeger, in het begin, heb ik veel gebeden; ik kom ten anderen uit een heel gelovig gezin; maar nu heb ik alles weggedaan, ’t heeft toch geen zin’

Het heeft, denk ik, wel zin want die vrouw is kwaad op God; en ze toont het op een heel menselijke manier door het kruisbeeld in de kast te stoppen, zoals mensen het beeld van sint - Antonius wel eens omdraaien tot ze het verlorene hebben teruggevonden… Als ik denk aan haar twee kinderen en de levenslust die zij zelf nu nog uitstraalt ben ik ook kwaad en ik kom buiten haar appartementje en ik zeg ook aan God: hoe is dat ‘in godsnaam’ mogelijk…

Hoe zouden mensen niet met al deze gevoelens van onmacht, van kwaadheid, van onbegrip, van ten einde raad zijn voor God mogen komen: als Hij een liefhebbende God is dan zal Hij de eerste zijn om te begrijpen waarom het kruisbeeld bij die vrouw in de lade ligt…

Ten andere, iets verder in het gesprek blijkt dat die jonge vrouw reeds alle teksten heeft samengezocht en opgesteld voor haar ‘kerkelijke’ begrafenis… want te lange laatste wil ze haar leven toe vertrouwen … aan God op wie ze nu oneindig kwaad is.

God ontmoeten kan op velerlei manieren, Mozes ontmoette God in de brandende braamstruik die niet werd verteerd. Jezus heeft ons een aantal geprivilegieerde plaatsen aangeduid zoals in de eucharistie en in alle andere sacramenten, want dat is de betekenis van sacrament: ‘het is een vindplaats van God’ Zoals de biecht: er grijpt een gesprek met God plaats; daarin speelt de priester een even weinig belangrijke rol als de kwaliteit van de hosties in de eucharistie…

Maar het leven van Jezus heeft ons ook aangeduid hoe het lijden zelf een vindplaats kan zijn om God op het spoor te komen; grote verrassende gebeurtenissen kunnen een kans zijn om God te ontmoeten, ook het lijden valt daaronder; door de schok kan men zich afvragen waar het nu eigenlijk op aankomt in het leven. Het lijden is net als God een mysterie; vandaar wie niet meer wil of kan bidden omdat hij of zij zo zwaar getroffen is door lijden maakt een statement aan God en zegt mee met de Heer aan het kruis: ‘God, mijn God waarom hebt Gij mij verlaten’

Tot Mozes die zijn gezicht bedekt omdat hij niet naar God durft op te zien zegt de Heer: ‘ik heb de ellende van mijn volk gezien, de jammerklachten om hun onderdrukkers gehoord, ik ken hun lijden; ik ben afgedaald om hen te bevrijden uit de macht van Egypte, om hen weg te leiden uit dit land naar een land dat goed en ruim is, een land dat overvloeit van melk en honing…’

In het lijden van Christus wordt heel pijnlijk duidelijk dat het land van melk en honing aan de andere kant ligt van een lange, lange kruisweg…

De jonge vrouw over wie ik daarnet sprak heeft alle vertrouwen op het land van melk en honing; voor haar zelf is het een uitgemaakte zaak. Alleen: wie haar omringen, die kunnen er zo moeilijk mee leven, haar ouders, haar kinderen, haar vrienden …

Ondertussen zijn die vrienden op zo een fantastische manier aanwezig rond hun vriendin. Alweer een manier om God te ontmoeten: anderen nabij zijn, eenzamen, uitgestotenen, zieken, ook al kan je niets meer ‘doen’. Al wat je aan de kleinsten van mijn broeders hebt gedaan heb je aan mij gedaan; God ontmoeten, niet alleen in het sacrament van het altaar, maar evengoed in het sacrament van de naaste …

En wanneer de vrienden van die jonge vrouw elkaar tegenkomen zeggen ze aan elkaar: zij geeft ons meer courage dan wij haar kunnen geven… hoe is het ‘in godsnaam’ mogelijk…