Vuur uit de hemel

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In onze tijd, nu iedereen praat over vrede, klinkt dit evangelie als een uitdaging: "Meen niet dat ik gekomen ben om vrede te brengen, neen zeg Ik u, geen vrede maar het zwaard". Christus was zeker de voorvechter van de eenheid, maar Hij veroorzaakte ook scheiding. Hij wordt genoemd ‘vorst van vrede', maar Hij ontketent ook tegenstand en verdeeldheid.

Het woord van God is een tweesnijdend zwaard, het is een vuur dat vonken slaat. Jezus ontstak vuur op aarde en Hij wil dat het verder brandt. Dan kan hier zeker geen sprake zijn van dood en vernietiging. Door de oorlogen kennen wij het vuur dat uit de lucht geworpen wordt om steden in brand te steken, om hele streken te vernietigen, vuur dat met geen water te blussen is. Dat is niet het vuur dat Jezus bedoelt. Het vuur van Jezus doet denken aan licht, warmte, clan... Hij zelf is dit vuur. Hem naderen, betekent door dit vuur aangestoken worden en tot bezieling komen. Mensen uit zijn nabijheid hebben dit ervaren: "Brandde ons hart niet onderweg, toen Hij tot ons sprak?" Bij koude, bij duisternis, verzamelen mensen zich rond vuur en licht. In een wereld die altijd kouder en altijd donkerder wordt, zoeken de mensen vol vertwijfeling naar een vuur dat verwarmt en verlicht. Als het vuur, dat Jezus bracht, op aarde niet opflakkert, niet tot gloed komt, dan moeten wij ons niet verwonderen, dat mensen zich laten verleiden door dwaallichten en valse schijn.

Met Pinksteren kwam de Geest over de apostelen, over de Kerk, alsof er een hevige wind opstak en er verscheen iets dat op tongen van vuur geleek. Jezus wil dat zijn leerlingen met vuur gezouten worden (Mc. 9,49). Jezus wil dat het vuur dat Hij op aarde bracht, verder vuur vat in het hart van zijn leerlingen. "Ik ben gekomen om vuur op aarde te brengen." Het evangelie van vandaag is een aanval op een christendom dat niets mag kosten, dat niet gestoord wil worden en dat omwille van de lieve vrede ‘ja' en ‘amen' zegt op alles. Het is een aanval op een gemoedelijk christendom, op een moe geworden christendom, dat de handen in de schoot legt en zich overal buiten wil houden, omdat er aan het politieke en sociale leven toch niets te veranderen valt. Moet de eer aan God in deze wereld door compromissen, door te zwijgen bereikt worden? Deze blijde boodschap is een aanklacht tegen het vergrijsde christendom, dat geen boodschap meer brengt aan de wereld, dat tot geen persoonlijke offers meer bereid is, een christendom dat de hoogtepunten van het leven nog versiert met enkele godsdienstige ceremonies. Wie kan van zo'n christendom iets verwachten?

Het ware christendom was en blijft op de eerste plaats een bewuste keuze voor Christus, met alles wat dit met zich meebrengt. Wanneer iemand gedreven wordt door een persoonlijke liefde tot Jezus, weet hij ook dat hij moet strijden tegen hartstochten van zijn eigen onverlost hart. Niemand die Jezus eerlijk volgen wil, komt eraan voorbij aanstoot te geven door zijn consequente evangelische levenshouding, door zijn bewuste levenskeuze in geloof en zeden. Overal waar mensen in waarheid voor Jezus kiezen, ontstaan conflicten en worden zij tot een teken dat tegengesproken wordt. Hoe donkerder het wordt in deze wereld, hoe meer de christenen klaar moeten staan om licht en vuur te zijn voor anderen.