20e zondag door het jaar C - 2013

‘Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait. Meent gij dat Ik op aarde vrede ben komen brengen? Nee, zeg Ik u, juist verdeeldheid.’ 

Zusters en broeders, het zijn harde woorden van Jezus. Je kunt eingelijk nauwelijks geloven dat ze komen uit de mond van de man die liefde en vrede preekt. Dus rijst de vraag waarom Hij die harde woorden zegt. 

Het antwoord daarop hoorden we eigenlijk in de eerste lezing. Daar zien we dat de edelen de profeet Jeremia om het leven willen brengen. Waarom?  Omdat hij verkondigt dat de aanval van de Babyloniërs op het joodse rijk niet aan God te wijten is, maar aan het volk en zijn leiders, en aan het sociaal onrecht van rijk over arm en machtig over machteloos. En dat zijn dingen die de machtigen niet willen horen, want als ze er rekening mee houden, moeten ze hun leven, hun welvaart, hun rijkdom veranderen. Niet meer alleen voor zichzelf en hun eigen plezier leven, maar voor het hele volk, voor iedereen. Dan moeten ze ook delen met anderen, en daar willen ze zeker niet van weten. Dus beschuldigen ze Jeremia ervan dat hij geen vrede, maar tweedracht brengt, dat hij een landverrader is, dus moet hij sterven. 

Precies hetzelfde moet Jezus ervaren. Maandenlang heeft Hij in Galilea zijn blijde boodschap verkondigd, Hij heeft het opgenomen voor armen, zieken, melaatsen, zondaars, kortom, voor mensen die uitgestoten werden, die niet meetelden, die niemand waren. Dat werd niet in dank afgenomen door de heersende klasse van het verre Jeruzalem: de hogepriesters, veel farizeeën, de machthebbers. Welnu, het is op die afwijzing dat de harde woorden van Jezus steunen. Hij is onderweg naar Jeruzalem, en Hij weet hoe velen daar over Hem denken. Volgens hen brengt Hij geen eenheid maar verdeeldheid, geen vrede maar vuur. Daar zullen zij een eind aan brengen, Hij moet eraan, daar zullen zij voor zorgen. Jezus weet dat zijn woorden en daden ook na zijn dood en verrijzenis voor verdeeldheid en tweedracht zullen zorgen. Ze zullen velen aanzetten tot een liefdevol leven, veel anderen tot een leven dat helemaal niets met liefdevol wil te maken hebben, en dat helemaal ingaat tegen het doel dat Jezus aan het leven geeft, en dat doel is: ‘Bemin God bovenal, en uw naaste gelijk uzelf.’ 

God beminnen, onze naaste beminnen … Jezus brengt dus geen tweedracht en geen vuur, maar liefde en vrede. De tweedracht en het vuur ontstaan omdat de mens dikwijls anders wil leven. Dat blijkt al van bij de schepping: Adam en Eva willen hun eigen weg gaan, ze willen zelf God zijn, zelf de macht hebben over alles en allen. De schepping was zo mooi, zo vredevol, zo liefdevol, en zij maakten er een zootje van. Omdat ze alleen voor zichzelf wilden leven, omdat ze alle macht wilden hebben. 

Dit oude zeer heeft altijd geheerst. Het zeer dat meer dan honderd jaar leidde tot vreselijke dingen tussen katholieken en protestanten, het zeer dat we kennen in de samenleving en in de wereld. Het zeer van oorlogen en burgeroorlogen, van rassenhaat en discriminatie, van uitbuiting en onderdrukking, van terrorisme en zelfmoordterrorisme. Het zeer dat we ook  kennen in onszelf, in ons eigen hart: onze onverschilligheid voor mensen die het moeilijk hebben, voor armen, voor vluchtelingen, voor vreemdelingen. Onze onwil om ons in te zetten tegen kansarmoede, tegen uitbuiting, tegen onderdrukking, tegen wat Jezus van ons vraagt: dat we onze naaste even graag zouden zien als onszelf.  

Zusters en broeders, eind vorige maand was paus Franciscus in Brazilië aanwezig op de Wereldjongerendagen. Niet minder dan drie miljoen mensen, vooral jongeren, woonden op de laatste dag zijn misviering bij op het strand van Copacabana in Rio de Janeiro. En in zijn homilie zei hij onder meer: "De verkondiging van het evangelie is de verkondiging van de macht van God om het kwaad en het geweld af te breken, om de barrières van egoïsme, onverdraagzaamheid en haat omver te gooien en op die manier een nieuwe wereld op te bouwen." Wel, laten we dat proberen: het evangelie verkondigen door onze woorden en daden, en daarmee een wereld helpen bouwen naar Gods droom: een wereld zonder egoïsme maar met vrijgevigheid, zonder onverdraagzaamheid maar met verdraagzaamheid, zonder haat maar met liefde. Laten we dat doen: een echt vuur van eendracht en vrede brengen. Amen.