Met een boodschap van hoop en troost

 

Jezus heeft rond zich een aantal mensen die met hem meegaan en willen meewerken. Het is zijn diepste verlangen om gemeenschap te vormen en de nabijheid van Gods aanwezigheid aan te kondigen. Al vlug koos Jezus uit deze groep leerlingen twaalf apostelen (Lc. 6,12-18).

Medewerkers kiezen

Zij zijn met velen om naar hem te luisteren en ze hebben hoge verwachtingen. Wanneer Lucas het verhaal brengt van de zaligsprekingen van Jezus, schrijft hij: “Daar bevond zich een talrijke groep van zijn leerlingen en een grote volksmenigte. … Zij waren gekomen om Hem te horen en van hun kwalen genezen te worden” (Lc. 6,17-18).

Wanneer Jezus in Galilea predikend door stad en dorp rondtrok en hij de blijde boodschap van het Rijk Gods verkondigde, vergezelde hem de twaalf en ook enkele vrouwen. Drie van hen worden bij naam genoemd en dan “zijn er vele anderen die uit eigen middelen voor hem zorgden” (Lc. 8, 1-3).

De groep die naar hem kwam luisteren en ook meegingen was groter en ruimer. Het is uit deze groep dat hij allicht de 72 gekozen heeft die hij op zending stuurt, zoals hij al eerder de apostelen had gezonden. “Hij zond de twaalf om het rijk Gods te verkondigen en genezingen te verrichten” (Lc. 9,1). De groep van 72 ontvangt dezelfde opdracht wanneer ze een stad binnengaan: “Geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij” (Lc. 10,9). De leerlingen zijn gezonden om een boodschap van redding, van hoop en troost te brengen, aldus paus Franciscus in zijn homilie van 3 juli 1916.

Zeventig of tweeënzeventig? Het zou kunnen wijzen naar de 72 volkeren opgesomd in Gen. 10 of naar zeventig ouderen door Mozes gekozen (Ex. 24,1; Num. 11,16). Dit getal werd ooit ingeroepen om het aantal kardinalen te beperken tot zeventig!

Bidden voor de oogst

Twaalf en tweeënzeventig, dit is al een groot aantal. Maar Jezus wenst er nog meer. Hij bekijkt de toekomst optimistisch. De oogst is groot en hij vraagt om te bidden voor arbeiders en zich daarvoor te richten tot de Heer van de oogst. Bij Hem is immers het eerste woord en het laatste woord.

Wanneer Lucas dit aanhaalt in zijn evangelie en de opdracht van de leerlingen weergeeft, denkt hij wellicht ook aan het werk dat de leerlingen doen na het heengaan van Jezus en waarover hij schrijft in de Handelingen van de apostelen. De groep in zijn evangelie worden gezonden om Jezus aan te kondigen. In de Handelingen verkondigen ze dat Jezus gekomen is.

Tegenkanting

Zijn optimisme wordt toch getemperd door het besef van tegenkanting, door de aanwezigheid van wolven. Van bij het begin kan en was er tegenstand en tegenwind. Er waren plaatsen en steden, waar Jezus en degene die hij uitzond, niet welkom waren. Vrienden van het begin kunnen naderhand vijanden worden. Naast wolven die kunnen bijten en doden, kan de zendeling en kan een overtuigde christen botsen op een sfeer van onverschilligheid. Kom, laat ons met rust, het gaat ons goed. En er zijn mensen die kwetsuren opgelopen hebben door de kerk en haar hebben afgeschreven. Hoe vinden we contact en aanknopingspunten met mensen in een post-christelijke tijd? We moeten blijven geloven dat Jezus ons zijn vertrouwen niet ontzegt.

De orthodoxe heilige Serafin van Sarov gaf zijn vrienden deze raad: “Wapen je met geduld en nederigheid. Er is geen vreugde mogelijk zonder geduld en nederigheid. Je moet alles met geduld doorstaan, uit liefde voor Christus, wat er ook gebeurt, met dankbaarheid zelfs. Word je berispt, antwoord dan met een compliment. Word je vervolgd, verdraag het. Word je verweten, reageer niet. Verdraag in stilte dat je vijand je beledigt en open je hart enkel voor de Heer. Zo is de weg van heiligheid, het perfecte leven, dat mogelijk wordt door de genade. Wanneer we onderdanig zijn, zullen we Gods glorie zien, want waar nederigheid heerst, daar verschijnt zijn glorie.”

Richtlijnen

Jezus geeft een aantal duidelijke consignes, wanneer hij zijn leerlingen zendt. Vooral de eenvoud van middelen valt op. Hij is er niet op uit om mensen te overbluffen. Het gaat over nabijheid en eenvoud. Deze richtlijnen van Jezus roepen vragen op hoe we kerk zijn geweest en hoe we kerk willen zijn. Vaak is de tegenstelling aangevoeld tussen de soberheid van het begin en de uitbouw naderhand Vandaar zijn er voortdurend hervormingsbewegingen geweest. Deze van Sint Franciscus is er een van de meest opvallende.  

Missionair

Jezus zendt zijn leerlingen twee aan twee. Zo kan je mekaar steunen, aanvullen en corrigeren. Deze woorden blijven inspireren. Zoals bv. bij de kleine broeder- en zustergemeenschap van la Tiberiade, die regelmatig twee aan twee families gaan bezoeken (Broeder Marc, Verhaal van een roeping).

Doordat Jezus de leerlingen twee aan twee uitzond, kon geen van beiden spreken over ‘mijn’ succes en ‘mijn resultaten. Wel over ‘ons’ succes voor zover zending een succesverhaal zou kunnen zijn. En dan gaat de lof naar de Heer van de oogst, die hun namen inschrijft in het boek van het leven (cf. Lc. 10,20).

KTO, de Franse katholieke zender, zond een gesprek uit met de bisschop van Reims die een missionair initiatief heeft gelanceerd in zijn bisdom. In plaats van de pastoraal van de klok, die oproept naar de eucharistie, wordt het de pastoraal van de bel aan huis: “Goeie dag, ik kom je bezoeken.” Par ces missions itinérantes, le but est donc de passer de la pastorale de la cloche (« Viens à la messe! ») à la pastorale de la sonnette (« Bonjour, je viens te visiter »). In een van de uitzendingen van KTO zag je hoe Zusters Clarissen uit Cormontreuil deelnemen aan deze zending en er eveneens op stap gaan en ontmoeting bevorderen.

Vrede ontdekken en vrede brengen.

Jezus houdt van een eenvoudig contact met de mensen, nog het liefst bij hen aan huis. Het is een apostolaat van nabijheid. Dit gebeurt door tijd vrij te maken voor mensen, door hen in vriendschap te ontmoeten, hen in het gebed gedenken. Wij kunnen teken zijn van Gods liefde. Hij die als vader en moeder zijn kinderen troost (cf. Jes. 66,13), Wij laten ons leiden door zijn vrede en barmhartigheid (Gal. 6,16). Ontdek er vrede en breng er vrede. In een uitgave van de Christian community bible staat bij het vers van de zendingstekst deze commentaar: “In visiting homes, the first thing to do is to   give peace, that is, to come as a friend on behalf of Christ and his Church, taking time to listen to the people visited and to find out their concerns.

 

Then, and only then, will we be able to give them a good answer and to tell them: the kingdom has drawn near to you (v. 9); even though you may have a thousand problems, believe that today God has come closer to you to reconcile you. This is the time to be reconciled with family members and neighbors, to let go of resentments. Begin doing what you can do, and trust that, in his own way, God will solve what is beyond your own power.”

Op de Franse zender KTO in het programma Un coeur qui écoute was een gesprek met broeder Jack. Hij is in Australië geboren van Kroatische ouders. Een veertiger die zich twintig jaar geleden bekeerde. Hij is franciscaan conventueel, woont in Brussel. Op een onconventionele manier is hij aanwezig in de stad . Hij trekt erop uit met een eigenaardig muziekinstrument, legt contacten met mensen en zoekt zijn plaats in de periferie bij de melaatsen van onze dagen.  Hij schreef het boek “Marcher vers l’inconnu’.

Eind mei leidde de Filipijnse kardinaal Luis Antonio Tagle, sinds 2019 prefect van de congregatie voor de evangelisatie van de volkeren, in Lyon de zaligspreking van Pauline Jaricot (1799-1862). Deze vrouw was heel missionair en stimuleerde de inzet van velen om door gebed en hulp de evangelisatie te bevorderen. Haar initiatief lag aan de oorsprong van de pauselijke missiewerken

“Ga dan”

De zending is verbonden met het gedoopt zijn. “De gedoopten worden door de wedergeboorte en de zalving van de Heilige Geest gewijd tot een geestelijk bouwwerk en een heilig priesterschap om door alles, wat zij als christenmens doen, geestelijke offers op te dragen en de roemruchte daden te verkondigen van Hem, die hen uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht (1 Pt. 2, 4-10). Daarom moeten alle leerlingen van Christus, in volhardend gebed en onder het geloven van God (Hand. 2, 42-47), zichzelf aanbieden als een levend, heilig, aan God welgevallig offer (Rom. 12, 1).

Zij moeten overal ter wereld getuigen voor Christus en altijd bereid zijn tot verantwoording aan al wie hun rekenschap vraagt van de hoop op het eeuwig leven, die in hen leeft (1 Pt. 3, 15)” (Lumen Gentium 10). Leven we zo dat we minstens een vraag zijn voor anderen over de bron van onze vreugde. Wij kunnen allen doorheen onze contacten bijdragen om heil en genezing te bevorderen.

“Ga dan”, zei Jezus tot de tweeënzeventig. “Ga dan”, het woord dat wij horen op het einde van elke gebedsviering. Wij staan op en gaan naar huis. Blijven we daar zitten en vergeten we wat we hebben gehoord? Of zoeken we toch naar contact en verbinding en dragen we bij tot heil en genezing? Wat we anderen kunnen schenken, dit is minstens: "Zeit, Freundschaft, Gebet." “Tijd, vriendschap en gebed.”