Omgaan met zonde en schuld (2010)

"Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens". Dat zegt Simon, de visser, als hij zich schaamt voor het gebrek aan vertrouwen in Jezus, dat hij eerst getoond had. In ons spraakgebruik heeft het woord zondaar, zondig zijn, een negatieve klank. Het klinkt net als "een slecht mens" zijn. Als ik u zou vragen: "Bent u een zondaar?", dan zult u waarschijnlijk antwoorden: "Nou, ik denk dat het nogal meevalt". Ik heb me afgevraagd waar die reactie vandaan komt. Het zou kunnen zijn dat hij komt uit een wat verder verleden. De tijd dat er nog heel veel sociale controle was, en ook meneer pastoor minstens eenmaal per jaar overal op bezoek kwam en iedereen kende. Het was een tijd waarin heel duidelijk was hoe iedereen zich hoorde te gedragen, en o wee als je andere wegen ging. Dan lag je eruit, dan werd er over je gekletst, want je was een zondaar. Laatst sprak ik met een katholieke man die uit Irak was gevlucht en in Nieuwegein naar een Iraaks-katholieke viering ging. Hij zei: "Vroeger waren er bij ons nooit echtscheidingen, maar nu ineens wel". Hij vond het maar moeilijk te accepteren. "Zoiets doe je toch niet?", zei hij. De tijd dat wij zo praatten ligt denk ik ver achter ons. Er wordt nu veel opener over allerlei dingen gesproken, en we veroordelen mensen minder snel. We zoeken eerder naar de oorzaken, naar de achtergronden. We wijzen minder snel met ons vingertje. Want we weten heel goed: als we met één vinger naar een ander wijzen, dan zijn er drie vingers op onszelf gericht. Met andere woorden: elke kritiek die je uit slaat ook op jezelf terug. Wat zou ik zelf hebben gedaan als ik in een soortgelijke situatie had gezeten? En ben ik zelf altijd zo brandschoon? Jezus heeft het hier ook over als hij de farizeeën en de Schriftgeleerden uitscheldt voor witgepleisterde graven: van buiten stralend wit maar van binnen heel anders. En hij zegt ook tegen ze als ze een overspelige vrouw willen stenigen: "Wie zonder zonde is werpe de eerste steen".

Nu we de tijd van het wijzende vingertje wat achter ons gelaten hebben kunnen we denk ik ook op een meer Bijbelse manier over zonde praten. Als Jezus zegt: "Wie zonder zonde is werpe de eerste steen" zegt hij eigenlijk ook: verbeeld je maar niks; iedereen is een zondaar, iedereen maakt fouten, niemand is volmaakt. Als je dat kunt accepteren, van jezelf, van de anderen om je heen, en van alle mensen, dan heb je al een belangrijke stap gezet. Als je accepteert dat we allemaal zondaars zijn, dan heb je een basis in jezelf voor kritiek én voor mildheid. Kritiek en mildheid, naar anderen toe en ook naar jezelf. Soms wil je iets echt goed doen, maar je merkt dat je het niet kunt. Paulus zegt dat ook ergens kernachtig: de geest is gewillig, maar het vlees is zwak. En hij zegt: ik doe wat ik niet wil, en wat ik niet wil, doe ik toch. Mens zijn is soms heel ingewikkeld.

Afgelopen week is een vrouw uit Lopik gecremeerd na een geslaagde poging tot zelfdoding. We gedenken haar in onze gebeden. Hoe gaan we als gemeenschap om met dit verschrikkelijke gebeuren? Ik hoop niet dat we terugvallen in de reflexen van 50 jaar geleden. Toen kreeg zo iemand geen kerkelijke begrafenis en werd hij of zij ook niet in gewijde aarde begraven. Want hij of zij was een zondaar, een slecht mens. Want zoiets doe je niet. Ik denk dat we er nu anders mee omgaan. In ieder geval gaat onze kerk er anders mee om, dus ook de bisschop en de pastores. Vroeger dachten pastores: we moeten in donderpreken zeggen dat allerlei dingen slecht zijn en zondig, want dan doen mensen het niet. Dreigen met de hel heeft een afschrikkende werking, dacht men. Maar de kerk heeft geleerd. We weten nu dat donderpreken niet helpen als iemand echt wanhopig is. Een zelfdoding is een noodsprong, die voor de persoon zelf ook helemaal ingaat tegen wat hij of zij eigenlijk het liefste zou willen. Het is een noodsprong, uit onmacht.

Ik heb in mijn loopbaan diverse begrafenissen geleid na een zelfdoding, vaak van jonge mensen. In de liturgie was ruimte voor allerlei gevoelens, voor verdriet, voor verbijstering, voor schuld en spijt, voor onbegrip en woede. Het mag er allemaal zijn maar iedereen weet ook: we staan met lege handen. Hier is sprake van een diepe tragiek. Je weet vaak niet wat er allemaal achter zit. En geroddel brengt je vaak ook niet dichter bij de waarheid. En als je al iets begrijpt, dan nog krijg je hem of haar er niet mee terug. Tegenwoordig krijgt een overledene na een zelfdoding als de familie dat wil wel een kerkelijke begrafenis in gewijde aarde. En zo'n plechtigheid kun je als pastor zo vormgeven dat er niet alleen ruimte is voor verdriet en onmacht. Het is verschrikkelijk wat er gebeurd is; het is echt een kwaad. Het had niet moeten gebeuren. Maar hoe gaan wij ermee om? Huilen we even, zijn we even verbijsterd en gaan we dan over tot de orde van de dag?

Dat zou niet goed zijn. Iemand die een einde aan zijn of haar leven maakt houdt ons ook een spiegel voor. Het gebeuren kan ons ook aan het denken zetten. Hij of zij is een zondaar, maar wij ook. Wat hadden wij gedaan in een situatie van wanhoop, of depressie, of diepe machteloosheid? Hoe sterk staan jij en ik in onze schoenen? Hoe kunnen we voorkomen dat we zelf ooit zo'n noodsprong maken? Hoe kunnen we zo met elkaar omgaan, dat het niet zover hoeft te komen? Alle kwaad dat we meemaken kan ons aan het denken zetten, of het nu een echtscheiding of een drankverslaving, een zelfdoding of een oorlog is. Mensen zijn tot de meest verschrikkelijke dingen in staat, ten koste van anderen en ook van zichzelf. We zijn echt zondaars. Maar we kunnen ook liefhebben, we kunnen innerlijke kracht ontwikkelen, we kunnen halverwege omkeren, we kunnen onszelf en elkaar na een diepe spijtbetuiging vergeven. Daarover zou ons gesprek eigenlijk moeten gaan als we met elkaar de hele moeilijke dingen van het leven willen verwerken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat geloof, hoop en liefde in ons blijven branden als een vuur dat niet te doven is. In het evangelie komt Simon er rond voor uit dat hij een zondaar is. Hij had te vroeg de hoop opgegeven. En Jezus vergeeft hem. Hij ziet grote verborgen mogelijkheden in deze man. Later zal hij deze zondaar een andere naam geven: Petrus. Dat betekent rots. Van deze man die eerst zo wankelmoedig was zegt hij: jij bent de rots op wie ik mijn kerk ga bouwen. Zo omgaan met zonde, dat er juist positieve krachten in ons wakker worden gemaakt, dat wens ik ons allen toe.