Vaar naar het diepe (2010)

Er zou maar een minuutje in je leven anders moeten geweest zijn en gans je leven had een ander verloop gehad.  Wie van ons kan precies op voorhand bepalen hoe minuut na minuut de dag zal verlopen?  Veel hangt af van toevallige ontmoetingen.  Er waren wellicht nog andere bootjes op het meer dan dit van Petrus en zijn associés. 

Jezus had op iemand anders beroep kunnen doen om in diens bootje te stappen en van daaruit zijn onderricht te geven.  Waarom juist dit van Simon?  Lucas schrijft: "hij zag."  Hij wijst hiermee al op het gezag van Jezus.  De blik van Jezus is reeds een stap naar een roeping.  Zijn blik is een uitnodiging.  Het ontmoetingsverhaal van Jezus met Petrus is een goed model om te tonen hoe Jezus roept.  Hij roept midden in het leven en doorheen veel verrassingen. 

De boottocht van Jezus en de wonderbare visangst in het evangelie van Lucas hebben gelijkenissen met dat van Johannes (Joh. 21, 4-7).  Bij Johannes is het na Pasen.  Bij Lucas lang vóór Pasen.  In de opbouw van zijn evangelie zou Lucas het moeilijk hebben gehad om dit verhaal na Pasen te plaatsen.  Het meer ligt immers in Galilea.  Lucas concentreert zijn evangelie op Jeruzalem.  Hij laat daarom de Verrezene niet naar Galilea terugkeren, wat bij Johannes wel doet.  

De kerkganger is al lang vertrouwd met dit verhaal - eertijds gelezen op de vierde zondag na Pinksteren -en heeft er enkele zinnen uit overgehouden.  Om te beginnen: "Op uw woord."  De priesterleraar uit de toenmalige zesde Latijnse gaf het mee in de klas.  Hij schreef het als weekleuze op het bord of het kwam als dagleuze in het schrift van de leerlingen.  "Op uw woord", wat een vertrouwen vanwege de ervaren visser Petrus ten overstaan van die Jezus, die toen nog niet zo bekende profeet en alleszins geen visser.  Volgens Petrus is de nacht de beste tijd om te vissen en niet overdag.  Als je al uren bezig bent, hou je op en je wacht op de volgende dag.  Brengt het woord van Jezus bij Petrus een spanning teweeg tussen zijn deskundigheid en zijn geloof?   

Het gegeven en beloonde vertrouwen, de gelukte visvangst namelijk, brengt bij Petrus een ommekeer.  Hij is gegrepen door huiver en voelt zich klein tegenover Jezus.  "Ga weg van mij".  Het gaat bij Petrus niet zozeer om een morele reactie over het besef van zijn zonden, maar om een religieuze.  Het is voor hem als de braamboservaring van Mozes.  God is de heilige en de nabije, immanent en transcendent.  Zijn mysterie fascineert, trekt aan en roept afstand op.  'Mysterium tremendum et fascinosum".  De liturgie biedt een prachtig tweeluik over Gods heiligheid.  Ze neemt ons langs de roepingenverhalen van Jesaja en Petrus mee om Gods heiligheid te bezingen in het eucharistisch dankgebed.   

"Vaar in het diepte; Duc in altum."  Een ander krachtig woord uit dit evangelie.  Bij moeilijkheden zijn we geneigd ons op de vlakte te houden.  Dit woord van Jezus wordt graag gebruikt in de roepingenpastoraal.  Johannes Paulus II gaf het mee als titel voor het pastoraal programma dat hij na het jubileum bij het derde millennium aan de kerk voorstelde (Heilige Jaar 2000, Apostolische brief Novo millennium ineunte).  Er zijn echter geen magische pastorale methoden en middelen.  Vermoeidheid en ontgoocheling om het pastoraal labeur blijven voelbaar.  We hebben al zoveel geprobeerd, zoveel blauwdrukken ontworpen, zoveel gedaan.  Toch mogen we niet blijven steken in burn-out.  Mislukkingen zijn geen reden om op te geven.  Hoe kunnen we situaties anders aanpakken?  In welke mate durven we dit?   

Er is nog werk voor mensenvissers.  "Voortaan zult gij mensen vangen."  Dat is het laatste woord uit het ontmoetingsverhaal van Jezus en Petrus.  Dit beeld is niet zo goed geschikt  Jezus wil geen mensen vangen.  Een vis vangen, dat was hem doden.  Jezus wil leven geven.  Mensen vangen, dit betekent niet hen van hun vrijheid beroven, maar hen ontmoeten in hun noden en verlangens naar leven en perspectief geven.  De weg om diepte te vinden is geen zondagswandeling, maar een inspannende bergtocht, schrijft een Zwitsers theoloog in een brochure over roepingen.  "Het is de kernopdracht van de kerk de mens naar de diepte van zijn eigen leven te leiden, hem te brengen bij het mysterie van zijn leven.  Hem de liefdesgeschiedenis laten ontdekken van God met elk afzonderlijk als uniek wezen.  Naast de diaconie is een engagement nodig voor spiritualiteit en inwijding in het mysterie.  Mensen zijn zozeer met prestatie begaan, dat zij hun diepe waarde vanuit God niet meer zien."  (Auf dem Wort. Berufung in neuem Licht, Schweizerische Kirchenzeitung, 03.04.2008).  Het is een geschenk met mensen te mogen werken.  Wij blijven geroepen om naar diep water te varen. 

 "Wees niet bevreesd" bij de vaart naar diep water.  Maak tijdens de vaart tijd voor Jezus.  "De eerste voorwaarde om "naar diep water te varen" is dat men een intense geest van gebed kweekt, die dagelijks gevoed wordt door te luisteren naar het Woord van God.  De verbondenheid met Christus door het gebed doet ons tevens beseffen dat Hij er ook is als dingen lijken te mislukken, als onvermoeibare inspanningen vruchteloos lijken, zoals ook de apostelen zelf overkwam, toen zij na een nacht zwoegen uitriepen: "Meester, we hebben niets gevangen" (vgl. Lc. 5,5).  Juist op dit soort momenten moet je je hart openstellen voor de overvloed van genade, om het woord van de Verlosser zijn volle werkingskracht te geven: "Duc in altum!".  Wie zijn hart opent voor Christus, zal niet alleen het mysterie van zijn eigen bestaan begrijpen, maar ook dat van zijn roeping" (Boodschap Johannes Paulus Roepingenzondag 2005.