Een zondig mens (2013)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

PRINS MET VRIENDJE

Het rommelt in de kerk. Nogal wat mensen laten in het doopregister een aantekening zetten dat zij zichzelf niet meer zien als lid van de kerk. U moet dan denken aan een stuk of twintig / dertig. Maar juist in de voorbije maand was het aantal verzoeken om uitschrijving opvallend hoog. Een, overigens foutieve weergave van pauselijke uitspraken zal daarvan de oorzaak zijn geweest, samen met een actie op Twitter. In een kersttoespraak voor zijn medewerkerkers had Benedictus een lans gebroken voor het traditionele gezin. Maar slordige of tendentieuze journalisten schreven over de toespraak alsof die een aanval was op homofielen, hoewel dit woord er niet eens in voorkwam. Nu kun je deze sensatiezucht betreuren, maar van de andere kant moeten we toegeven, dat de kerk ook wel aanleiding heeft gegeven tot enig wantrouwen in deze. Bijvoorbeeld onlangs nog was er een pastoor die de communie weigerde aan een prins carnaval die een vriend had... (en niet aan een met drie vriendinnetjes)! En wat erger is: ouders met een homofiele zoon of dochter hebben in het verleden bitter weinig steun ervaren van de kerk in hun verlangen naar een gelukkige toekomst voor hun kind. Ik moet u zeggen dat ik in elk geval de mensen kan waarderen die demonstreren tegen wat zij ervaren als discriminatie op grond van geaardheid, ook al stamt hun onformatie uit valse bronnen.

ZONDIGE KERKLEIDER

Het kwam allemaal boven op eerdere onthullingen over ernstige misdragingen van ambtsdragers in de zestiger jaren. Het had ons niet moeten verbazen dat de kerk uit mensen bestaat, uit zondige mensen. Natuurlijk lopen er in de kerk evenveel gestoorde, kwaadwillige en zwakke lieden rond als overal elders. Als dit in de zestiger jaren hardop gezegd had mogen worden, dan had het kwaad niet zo lang kunnen voortduren en hadden de slachtoffers niet zo alleen gestaan. De kerk bestaat uit heiligen en zondaars, net al C&A, net als de Volkskrant, net als de vakbond, de wereldwinkel, net als Roda, de ‘artsen zonder grenzen’, de kaatboere en de Naate, en welk club ter wereld dan ook. Dat de kerk uit zondaars bestaat is erg genoeg; dat dit niet gedacht en gezegd mocht worden was een ramp die het de beschadigde mensen extra zwaar maakte. En we waren nog wel zo gewaarschuwd. Het evangelie van vandaag ging over de kerk. Over het schip dat de kerk is. Een schip boordevol vis. De mensenvissers hadden zo’n succes dat de boot dreigde te zinken. Als Petrus beseft dat dit Gods werk is roept hij uit: ‘Weg heer, ik ben maar een zondig mens.’ Jezus ontkent het niet. Hij zegt: ‘Je bent een mensenvisser, iemand die mensen bijeenbrengt en uit de greep van het kwaad trekt.’ Petrus krijgt de eervolle taak, zo lijkt het wel, omdat hij beseft een zondige mens te zijn. Het mag zijn grenzen hebben. Hij mag mens zijn. Hij moet het zich wel realiseren! ‘Ik ben een zondig mens!’, roept Petrus uit. Moge die nederigheid en die bescheidenheid ook vandaag weer een kenmerk worden van ons, van de kerk, te beginnen met wie er voorgaan!

DOOR DE MAND

Op Aswoensdag drukken we dit besef ook met een gebaar uit. En met Carnaval proberen te lachen met mensen die zichzelf al te serieus nemen en daardoor flink door de mand vallen. Ik besluit met een carnavaleske illustratie hiervan. Achter het stuur van de rode sportwagen zitten twee zware jongens met kale koppen en ringen in de oren. Plotseling stuiten ze op een politiecontrole. De bestuurder draait zijn raampje omlaag en de agent tikt aan zijn pet en zegt: ‘Sorry, maar we zoeken een huurmoordenaar.’ De zware jongen schrikt. Draait haastig het venster omhoog. De agent ziet hem druk discussieren en gebaren met zijn medepassagier. Tenslotte gaat het raampje weer omlaag. De agent bukt zich. De bestuurder kijkt hem vertrouwelijk aan en zegt: ‘Oké..., we doen het!’

HAARVERF

Lieve kinderen. Lisa had haarverf gekocht. Met Carnaval ging ze haar haren knalgroen verven. Ze werd een heks! ‘Dat ben je al!’, had Erwin geroepen maar daar had Lisa zich niets van aangetrokken. Terwijl ze met haar make-up kistje aan tafel zat, zei ze ineens tegen mamma: ‘Jij moet je haar ook verven. Ik zie grijze haren daar opzij.’ Mamma zuchtte. ‘Ja dat weet ik. Die krijg ik van jullie. Telkens als Erwin of jij stout zijn geweest, krijg ik er een grijze haar bij.’ ‘Ja’, riep pappa vanachter de krant. ‘Grijze haren krijg je van je stoute kinderen.’ Lisa tuurde in het spiegeltje van haar make-op setje, ze tuitte de lippen en zei langs de neus weg: ‘Nu begrijp ik waarom oma zoveel grijze haren heeft!’