Zend mij maar C (2013)

Woorden kunnen een wereld van verschil maken.

In de lezingen van vandaag worden

woorden gesproken tot mensen

en we horen wat die woorden bij mensen teweegbrengen.

Wat zal dat dan niet zijn als God zelf spreekt?

Jesaja maakte dat mee…

‘Ik zag en hoorde de Heer,

het geschiedde in het sterfjaar van koning Oezziahoe'

Het noemen van dat sterfjaar van koning Oezziahoe

is niet alleen maar een tijdsaanduiding.

Het is bedoeld als de aanduiding dat een oud régime

dat mensen ringeloort en klein maakt op zijn einde loopt.

(vgl. het 'in de dagen van keizer Augustus' of

'in de dagen van koning Herodes' zoals wij dat in de kerstdagen hoorden).

Het wil zoveel zeggen als

Oezziahoe’s macht is definitief ten einde.

Hij was een slechte koning-

en als de koning dood is klinkt in de tempel

'leve de echte Koning' leve de God der hemelse machten'.

De drempels schudden, alles beeft, de engelen zingen:

-   Jesaja schrikt er van-

(maar het is wel eens goed voor een kerk

als alles lekker door elkaar wordt geschud)

‘Heilig, Heilig, Heilig,’

de zang die nog steeds in onze liturgie klinkt

Het Sanctus is geboren…

is de dood van Oezziahoe toch ergens goed voor!

Jesaja ziet de Heer, hoort de stem van de engelen

die Hem omringen en voelt het schudden van de drempels,

hij ruikt de rook die het heiligdom heeft gevuld.

De jongen Jesaja, de latere profeet siddert van angst...

hij wordt geroepen. Hij zal mee moeten doen

aan de verkondiging van de ware koninklijke macht van de God van Israël.

En dan roept hij uit: 'Wee mij, ik ben verloren,

want ik ben een mens met onreine lippen

en woon temidden van een volk met onreine lippen.

Alsof hij zeggen wil:

‘dit wat ik hier ervaar gaat mij ver te boven,

ik ben maar een gewoon mens,

ik ben niet beter dan andere mensen,

hoe zou ik betrokken kunnen raken bij God?

Wie ben ik dat Hij mij zou aanspreken?'

Om hem te helpen gebeurt er iets van goddelijke zijde,

één van de engelen komt tot vlak bij Jesaja,

raakt zijn lippen aan met een gloeiende kool

terwijl hij sprak: 'Hiermee zijn je lippen aangeraakt,

en je zonde is verdwenen.'

En diep onder de indruk van dit gebaar

verdwijnt de angst en de twijfel van Jesaja als sneeuw voor de zon

en roept hij als de Heer vraagt:

‘wien zal ik zenden?’.. ‘Hier ben ik Heer, zend mij.’

Jesaja zal luisteraars verzamelen

die zijn woorden zullen optekenen opdat mensen eeuwen later

-en dat wij zij- ze nog zullen horen.

Zijn oproepen tot trouw aan Gods woord

tot bekering en zijn grootse visioenen

over de vrede en Gods nieuwe toekomst

die ons tot aan de dag van vandaag ontroeren.

II. Nog voor Hij zijn apostelen bij name gaat roepen

is Jesus al op zoek naar mensen,

naar zoveel mogelijk mensen,

mannen en vrouwen.

Eeuwen na Jesaja zullen mensen hun oren spitsen

als Jesus van Nazareth aan het verkondigen slaat

en mensen wil verzamelen

omdat de vervulling van de oude dromen

van vrede en recht nu voor de deur staat:

een vervulling die afhangt van de trouw en de inzet,

van de volharding vooral en de moed

die mensen dan zullen kunnen opbrengen.

Jesus wil mensen verzamelen, veel mensen verzamelen

er zijn er veel nodig.

Als hij dreigt in de menigte verdrongen te worden

stapt hij in een bootje dat aan de oever ligt vastgemeerd:

'Steek een eindje van wal’ zegt hij tot de verbaasde vissers

die later zijn belangrijkste leerlingen zullen worden.

En hij spreekt de mensen toe vanuit dit schip.

En vanuit dit schip waaruit Jesus de mensen toespreekt

worden, op Jesus’ woord, de netten uitgeworpen:

het net wordt vol.

‘De zaal moet vol worden’ lezen we elders in het evangelie,

als Jesus spreekt over de bruiloft van het Koninkrijk.

Het net moet scheuren;

De apostelen zullen na het teken van de wonderbare visvangst

op weg moeten gaan om mensen, zoveel mogelijk mensen

uit het doodsgebied weg te halen en te leiden naar het leven.

Jesaja beefde toen hij geroepen werd,

net zoals Petrus en alle anderen

die zichzelf kennen dat later ook zullen doen.

Namens hen zegt hij

   'Ik ben een zondig mens, stuur liever een ander'

maar de Heer is onverbiddelijk: 'ik heb jou nodig.

Niet omdat jij Petrus, of jij

-en vult u dan uw eigen naam maar in-

zo geweldig bent

maar omdat Ik helpers nodig heb

om mensen te verzamelen van overal vandaan,

opdat er recht gedaan wordt aan de arme

de bevrijding van de verdrukten werkelijkheid wordt,

bedroefden worden getroost, mensen op de been geholpen

en mensen die het niet meer niet zien zitten

weer uitzicht krijgen.

God verzamelt nog steeds mensen die mogen verkondigen

dat Zijn nieuwe toekomst al begonnen is,

in hun eigen levensdagen. En dat doet Hij ook vandaag.

Als kerk van het westen moeten wij een beetje aan wennen

dat de kerken in Afrika en Azië zich zo stormachtig hebben uitgebreid.

Wij worden geroepen met hen en met alle anderen van goede wil

samen kerk te zijn,

om samen gevangen te worden,

omhooggetild uit het donkere water van de dood.

Als gelovigen zullen we nooit mogen wanhopen

al denken we dan dat we met weinigen zijn

maar dat kon wel eens meevallen.

Met alle mensen van goede wil, hier en nu

en in ons eigen land zullen wij in gesprek moeten gaan.

Wij zullen er nooit naar moeten streven

een kleine elitekerk te worden van volmaakte gelovigen

maar een geloofsgemeenschap van gewone mensen

die het allemaal ook niet zo zeker weten

en die samenwerkt met anderen.

In onze parochie hebben wij daarom als pastoraal model

de gastvrijheid:

de kerk moet uitnodigend zijn.

En daarom gebeurt er hier ook van alles.

Eerste communicanten dit jaar geen horde maar enkele

u zult het meemaken,

vormsel idem dito,

er zijn weer ouders en kinderen

die er voor gaan en zij zullen merken dat ze niet de enigen zijn want

vlak na Pasen komen ze weer van heel ons bisdom

en dan zijn ze plots met 1200, een hele troost

voor de kleine groepjes in de afzonderlijke parochies.

Gastvrij willen wij zijn ook naar binnen toe:

ouders zijn welkom met hun kleine kinderen

die ze gedoopt willen hebben,

mensen met hun verdriet kunnen hier terecht.

De eerste bruidsparen hebben zich al gemeld

God heeft ons nodig als een teken in de wereld

om te kiezen voor het leven:

om er te zijn voor anderen.

Goed om samen kerk zijn

En dan is iedereen belangrijk,

als ook vandaag weer Zijn vraag klinkt,

die eens aan Jesaja gesteld werd:

   'wie zal ik zenden'

zeggen we dan in ons eigen hart:

   'zend mij, zend ons,

   ik ben, wij zijn beschikbaar'.

De verhalen van deze zondag gaan over wankelen

en toch op weg durven gaan.

Mensen die bemoedigd werden

en iets gingen doen waarvan ze eerst niet wisten

dat ze het zouden kunnen.

De vorige week hebben we de Blasiuszegen weer omntvangen,

de enige keer in het jaar dat alle mensen

die in de kerk zijn persoonlijk de zegen kunnen ontvangen.

Opdat wij allen op onze eigen en unieke levensweg

een beetje kracht en bemoediging mogen ontvangen.

Een woord, tot óns gesproken,

een duwtje in de goede richting,

opdat we mogen gaan de weg waar wij in geloven.

Een gebaar van liefde, de liefde van God,

die ons wil dragen op onze eigen weg.

We sluiten ons aan bij Ramses Shaffy die in een van zijn liedjes zingt:

‘we zullen doorgaan, we zullen doorgaan…’

En als het moeilijk blijkt

troost ons het prachtige verhaal over de roeping van de apostelen

die over diepe wateren moesten varen.

Diep is eng…. staat er niet in de psalmen:

‘uit de diepte roep ik tot u…’

maar Jesus zegt: ‘steek maar rustig van wal

ook naar de diepten toe.’

Hij zegt tegen alle geroepenen, wie ze ook zijn:

‘wees niet bang, Ik ga met je mee wees niet bang:

ik red je zelfs uit de dood.