3de zondag door het jaar C (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

"Un gran show" - "een grote show". Ik hoor het padre Romano uit Saõ Paolo nóg zeggen. En ik zie ons nóg staan. Vanuit een loggia hóóg bovenin het klooster van Sant'Anselmo dat bovenop de Aventijn ligt, één van de zeven heuvelen, keken wij uit over het nachtelijke Rome. Padre Romano en ik waren daar allebei student in 2003. Op een zaterdag waren wij samen opgetrokken en we hadden allerlei kerkelijke dingen meegemaakt en toen zeí hij dat, padre Romano: "C'è un gran show", "het is een grote show" - dat Rome met al die prelaten: kardinalen en bisschoppen, gewone priesters, paters, zusters en andere gelovigen. We hebben er eens flink om gelachen daar boven in die loggia.

 Gisteren was ik in Breda bij een priesterwijding. Bescheidener dan in Rome uiteraard maar toch: ook daar konden we weer getuige zijn van een stukje van die grote show. Altijd in zulke omstandigheden moet ik aan de woorden padre Romano denken. Ook in Breda wemelde het van de priesters met hun witte boordjes, in hun lange gewaden, met hun mooie priesterstola's, knielend, buigend, elkaar op hun zonnigst begroetend. Zien en gezien worden. Dat is wat er in zo'n situatie gebeurt. En wat gaat er om in al die priesterhoofden en -harten? Wat leeft daar? Oprechte vroomheid ongetwijfeld of minstens het verlangen daarnaar, oprechte belangstelling vóór, gevoelens van toegenegenheid en vriendschap ten aanzien van de collega's of ten aanzien van bepáálde collega's, maar ook: afkeuring en afkeer van collega's, jaloezie, vormen van haat misschien zelfs, carrièrezucht, verlangen naar bevestiging, vooral van de zijde van bisschoppen en alle flemerigheid die daar het gevolg van kan zijn. Het klinkt misschien allemaal wat scherp, maar ook sporen dáárvan meende ik waar te nemen gisteren daar in de kathedraal van Breda. Ik nam het waar in elk geval bij mijzelf, in mijn eigen priesterhart- en hoofd. Nee, veelgeliefden, niets menselijks is ook de priester vreemd. En de werkvloer van de kerk, al is het ook de verheven werkvloer van het priesterkoor van een kathedraal; de werkvloer van de kerk lijkt zonder meer op die van elk ander bedrijf, van elk kantoor en elke andere instelling. Het hoogste en het laagste dat in en tussen mensen omgaat en gebeurt, je komt het overal tegen, óók in de kerk dus.

 Maar waaróm hier vandaag over uitweiden? Mooie introductie voor de doop- en vormselkandidaten! denkt U misschien wel. Wat zullen ze niet denken? Waar kom ik in godsnaam in terecht? Waar ga ik mij aan verbinden? Kan ik niet beter rechtsomkeert maken? Je maakt het ze tégen door zo te spreken!

 Ach ja, dierbaren gasten en parochianen van deze Vredeskerk. Zelf denk ik: het is maar beter om je ook over de kerk van meet af aan maar geen enkele illusie te maken. Want dan kan het in tweede of derde instantie ook niet tegenvallen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Dus ik wáárschuw onze doop- en vormselkandidaten en iedereen hier: Maak je over de kerk géén illusies. Mensen ín de kerk zijn in principe helaas geen háár beter dan buíten de kerk.

 Heel duidelijk spreekt dát als achtergrond uit de tweede lezing die we vandaag hoorden, die uit de eerste brief van de apostel Paulus aan de christenen van Korinthe. Paulus vergelijkt daarin de gemeenschap van de christenen met een lichaam. Oog en oor, hand en voet en ook "de edele delen": we hebt het allemaal nodig. Zo hebben we, opdat de kérkgemeenschap goed functioneert ook mensen nodig met uiteenlopende kwaliteiten. Paulus heeft het over "apostelen", "profeten" en "leraren" en ook over mensen die "wonderen doen", die "genezen", die "helpen", "besturen" en die "in talen spreken". Als we dat vertalen naar onze omstandigheden, dan denk ik aan de leden van het parochiebestuur, aan de mensen die de kerk schoonmaken, de bloemen schikken, de liturgieboekjes maken, ik denk aan de bisschoppen, ik denk aan de mensen die in de kerk op authentieke wijze iets van God openbaren, ik denk aan de mensen die doop- en vormselkandidaten begeleiden en aan de mensen die in ons midden echt heilzaam aanwezig zijn, mensen van wie je blij en gelukkig wordt én ik denk aan de mensen die goed zijn voor hun alleenstaande, ongelukkige, zieke buurvrouw. En ga zo maar door. We hebben al die mensen nodig. En wat de één kan, dat kan de ander niet per se. En wat de één mág doen, dat mag de ander niet per se. Want de kerk heeft daarvoor allerlei regels en wetten: over wie bepaalde dingen wel en niet mag doen. In de beschrijving van de kathedraal van Breda van zoëven kan het U mogelijk weer erg getroffen hebben: De Roomse kerk is een mannenbolwerk. Vrouwen komen er in de kerkleiding en de liturgie vaak nauwelijks aan te pas. Een charmante dame met hoge laarzen aan was gisteren lector. En daarmee was ze de enige vrouw die op het priesterkoor "iets deed" temidden van al die mannen in de wierook. Met een knipoog naar Paulus kun je dan uit de lezing van vandaag nog dat zinnetje aanhalen: "die lichaamsdelen die wij beschouwen als minder eerbaar, eren wij des te meer". Moeten we daarbij soms aan al die heren-op-het-priesterkoor denken? Nou aan díe implicatie zal Paulus wel niet gedacht hebben bij het schrijven van zijn brief, maar toch ... één ding is duidelijk: Er werd in Paulus' dagen duidelijk gemord in Korinthe binnen de kerkgemeenschap. Er was bij sommigen duidelijk onvrede over "wie wat deed". Sommigen voelden zich duidelijk ondergewaardeerd en ten achter gesteld bij anderen. En Paulus zegt dan: Kijk goed naar het menselijk lichaam. Daarin doet ook niet elk orgaan álles. Ook voor de kerk geldt: Doe daarin alleen dátgene wat werkelijk op jouw weg ligt en werkelijk bij jóu past én wat jou ook wordt toegestaan.

 En trouwens, veelgeliefden, daar gaat het natuurlijk ten diepste helemaal niet om in de kerk, om "wie wat doet". Want als kerk zijn wij op God gericht. Hij moet tot Zijn recht komen in de kerk. Dáár gaat het om. Prachtig, in de eerste lezing uit het boek Nehemia, hoe de priester Ezra urenlang, "vanaf de dageraad tot de middag" staat er; hoe hij voorlas uit het boek van de leer van Mozes. Prachtig zoals wij horen dat "het volk aandachtig luisterde" en hoe de mensen enthousiast worden, hoe zij "hun handen omhoog staken en hun hoofd bogen". Prachtig zoals er staat dat de medewerkers van Ezra óók "lazen uit het boek van Gods leer, het uitlegden en de betekenis verklaarden, zodat iedereen de lezing begreep." Prachtig zoals er staat dat "het hele volk in tranen was uitgebarsten toen het de woorden van de leer hoorde" en hoe er vervolgens op last van Ezra uitbundig feest gevierd wordt met zoete drank en al. Prachtig zoals in het evangelie in de synagoge in Nazareth "alle ogen" op Jezus gericht zijn als Hij de profeet Jesaja voorleest en dan zegt: "Vandaag is het schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling gegaan". Vandaag is het werkelijkheid geworden. Welk schriftwoord? Dat over die armen die de goede boodschap horen, dat over de gevangenen aan wie hun vrijlating wordt aangekondigd, dat over blinden die licht krijgen in hun ogen, dat over verdrukten die in vrijheid mogen gáán. Dáár gaat het om veelgeliefden. "Goede nieuws", "vrijheid" en "licht" zijn de sleutelwoorden. Goed nieuws, vrijheid en licht die de armen, de gevangenen en de blínden zelfs, of nee: juíst zij, kunnen zien en ervaren. Binnen onze samenleving maken wij ons bijvoorbeeld erg druk en ongerust over de almaar toenemende criminaliteit. Er moet steeds langer en harder gestraft word. Dáár wordt om geroepen. Maar ik denk: als wij met z'n allen, zoals de mensen verzameld rond de priester Ezra in de eerste lezing en rond Jezus in de evangelielezing en zoals gisteren in de kathedraal van Breda rond die zeer capabel lijkende bisschop van den Hende en zoals we nu hier verzameld zijn; als we aldus met z'n allen op één punt, op God gericht zijn, luisterend naar Zijn Woord, als wij luisteren, met name, naar hoe dat Woord klinkt en vlees en bloed geworden is in Jezus; als wij daar zélf naar luisteren en ons er door laten ráken tot in onze diepste vezels, tot in onze vingertoppen, tenen en kruin, als dat Woord dan onze soms zo troebele gedachten reinigt en ons verandert en tot betere mensen maakt en als wij daardoor ook andere mensen bewegen om naar datzelfde Woord van God te gaan luisteren, dan zullen gevangenissen en straffen uiteindelijk helemaal niet meer nodig zijn, omdat mensen, wij, dan alleen nog maar zullen verlangen om waar, oprecht en goed te leven.

 "C'è un gran show" - "het is een grote show". Ik vind het voor mezelf goed en bijdragen aan mijn geestelijke gezondheid door af en toe aan zo'n "grote show" als gisteren in Breda deel te nemen. Want hier sta ik voortdurend op deze plek en ben ik toch een soort haantje ook. Maar bij zo'n gebeurtenis als gisteren ervaar ik heel sterk: Je bent er maar één van de velen. En je neemt temidden daarvan maar een bescheiden plaats in. En: het gaat allemaal niet om jóu - al kan een mens soms wel geneigd zijn om te denken. Nee, samen zijn we gericht op iets anders, op de Andere, op de Eeuwige die Licht is en Liefde. De grote show, hier en in Breda, in Rome en destijds misschien ook zelfs in Jeruzalem en Nazareth. Er is een buitenkant. De dingen van het geloof moeten nu eenmaal op een bepaalde manier vorm krijgen. Maar het eigenlijke gebeurt van binnen. Móge het gebeuren. Amen.