Het volk luisterde aandachtig (Neh. 8,3)

Twee historische boeken zijn toegeschreven aan twee restaurateurs, aan Nehemias en Esdras. Zij informeren over de periode na de ballingschap. Dankzij de godsdienstige politieke van de Perzische vorst konden in 538 a.c.n. de ballingen naar hun land terugkeren. Maar het gedroomde land was niet dit van melk en honing. Niet alle mensen waren weggevoerd. Die gebleven waren hadden zich vermengd met andere groepen. De niet-joodse bevolking verzet zich tegen de heropbouw van de tempel. Deze werd dan toch in 515 herbouwd. Later werden omstreeks 443 de muren van Jeruzalem hersteld.

Esdras kwam in het midden van de vijfde eeuw met enkele duizenden Judeeërs uit Babylon in Jeruzalem. Hij had van de Perzische koning de opdracht gekregen te onderzoeken hoe de Joodse wet wordt nageleefd. Esdras is priester en Schriftgeleerde. Nehemias is door koning Artaxerxes aangesteld als landvoogd. Hij zorgt voor het herstel van de muren van Jeruzalem.   De boeken, genoemd naar deze beide figuren, zijn later geschreven en werden lang als één boek doorgegeven, gekoppeld aan de Kronieken. De auteur van deze boeken houdt voor dat de gemeenschap van de teruggekeerde ballingen, die leven volgens de wet, een voortzetting is van het volk uit de tijd van de koningen (NBV).

Esdras wordt beschouwd als de grondlegger van het Jodendom door juist de nadruk te leggen op de cultus rondom de tempel en door gewicht te geven aan de Wet, die het leven in alles regelt. Hij en Nehemias zijn bezorgd om de eigenheid van het volk. Zij geven voorschriften over gemengde huwelijken. Door de zorg om de identiteit dreigt het Jodendom zich terug te plooien op zichzelf. Die tijd is niet bepaald gunstig voor een profetisch denken. De profetische adem is gaan liggen ten voordele van het organisatorische. Er is meer nodig dan stevige muren. De veiligheid heeft een innerlijke basis. Esdras komt op voor een morele herbewapening. Hij brengt het volk samen rondom de Schriften, vooral rondom de Thora. Hij wil door de Wet als een geestelijke muur het volk zijn eigenheid geven. Dit vieren ze in een liturgisch gebeuren,waarin de Wet wordt voorgelezen.

In hoofdstuk 8 wordt deze hoogdag beschreven. Kenners vinden er vroege sporen van een synagogale dienst. Wij missen er echter het gekende gebed van het Shema, en de 18 zegenbeden. In de viering van Esdras ontbreekt de lezing uit de profeten.

De liturgie is belangrijk voor het leven van een gemeenschap. Esdras is er zich van bewust. Hij voorziet een verhoog, vanwaar de tekst kan gelezen worden. Is dit een voorloper van het ambo in de kerk? Het volk is erin betrokken met ziel en lichaam. Ze luisteren aandachtig. Welke aandacht breng ik op bij een liturgische dienst? Wat neem ik mee uit een lezing, uit een homilie? Levieten helpen en interpreteren. Ze verklaarden de betekenis zodat allen het woord verstonden. Een gewetensonderzoek aan wie schrijft en verklaart. Verduidelijken of verduisteren we het woord? Hoe laat ik het woord in mij doordringen? Hoe verloopt een contemplatief bidden met de bijbel.

Het volk gaat staan bij de lezing. Door welke houding uiten wij onze eerbied voor het Woord en in de eucharistie? Het volk beaamde met een dubbel amen. Hoe luid en instemmend klinkt ons Amen na het eucharistisch hooggebed? Er is de blije instemming met het Woord. De levieten heffen de handen omhoog, buigen het hoofd en zij aanbaden de Heer. Gebaren mogen geen show zijn. De de liturgische viering onder leiding van Esdras uit zich in de vreugde van het samen eten en drinken erna. Kerkmis en kermis.

De christelijke liturgie staat niet los van wat in de synagoge gebeurde. De liturgische vernieuwing verlevendigde het contact met het Eerste Testament. In de eucharistie gedenken we het leven van Jezus doorheen het woord en rituele handelingen. Hij zelf heeft zich gevoed met woorden van het Eerste Testament en bad met de psalmen. De tafel van het woord en de tafel van het brood zijn gevisualiseerd in het altaar en de ambo.

In de pastorale brief God ontmoeten in zijn Woord onderstreepten de bisschoppen het belang van het luisteren naar Gods Woord. Ze reikten daarna een leeswijzer aan voor medewerkers in de liturgie en voor lectoren. “De liturgie is de plaats waar het Woord opnieuw kan ontdooien en ons kan aanspreken. Het wordt weer ‘eetbaar’, het kan genuttigd en geknauwd worden. Het wordt weer voedsel om van te leven.”

De eerst besproken en goedgekeurde tekst op het tweede Vaticaans concilie was de constitutie over de heilige liturgie. “De liturgie bouwt de huisgenoten dagelijks op tot een een heilige tempel in de Heer, tot een woonstede van God inde Geest, tot de maat die de volheid van Christus past. Zij versterkt tegelijk op treffende wijze hun krachten voor de verkondiging van de Christus en zij toont zo aan hen die buiten staan de kerk als een teken dat onder de volkeren is opgericht” (Sacrosanctum Concilium, 3). De concilievaders vroegen o.m. in de vieringen een rijkere, meer afwisselende en aangepaste lezing van de Heilige Schrift in te voeren (S.C., 35). In de laatste conciliesessie hebben ze de constitutie over de Goddelijke Openbaring goedgekeurd, waarin zij de betekenis hebben toegelicht van het Eerste Testament en de verhevenheid van het Tweede (Dei Verbum, 14-17).

Clemens stuurde na de Kirchtentag van Dresden een tekst van Moeder Teresa: "In der Eucharistiefeier bin ich katholisch, beim Anhören des Wortes Gottes bin ich evangelisch, und wenn ich mich in die Mystik versenke, bin ich orthodox." Wij kunnen dit aanvullen: “Als ik de psalmen bid, ben ik bij het volk van Israël.” Hoe wereldwijd is mijn hart als ik bid? Het gebed trekt geen scheidingsmuren op. We drukken er onze verbondenheid uit met God, die Joden en Grieken, slaven en vrijen verenigt (1 Kor. 12,13).