De vreugde om God is onze kracht!

3e zondag door het jaar         Cyclus C         2013                            Neh 8, 2-4a.5f.8-10                                                                                                                             Luc 1, 1-4; 4, 14-21

 

De vreugde om God is onze kracht!

 

Beste vrienden,

 

De ervarings-, de ontspannings- of ook de pleziermaatschappij, waar wij vandaag in leven en waar het, om in modern gebruikelijk Nederlands te zeggen, alleen nog maar om „Events“ en „Fun“ gaat, dat soort maatschappij is niet alleen bij onze jongeren „Mega-In“. Ontspanning en Entertainment zijn niet alleen de troefkaarten van onze TV zenders, neen, zonder ontspanning en Entertainment werkt er ook op vele andere gebieden niets meer. Dat wordt ons dagelijks door allerlei marketingbureaus voorgehouden. Op die manier ontstaat „fast food“ niet meer alleen in de restaurantketens met die naam, maar ook op talloze andere gebieden. Ontspanning moet dan vooral licht en snel verteerbaar zijn. “En omdat jullie vieringen net het tegengestelde zijn”, zo vertelde een oude schoolvriend mij, “vervelend en zonder pit, komen er ook nog maar weinig mensen naartoe; om van de jeugd helemaal te zwijgen”. Zou die man gelijk hebben? Dat durf ik zo maar niet te zeggen. Maar wat ik wel zeker weet is, dat de mensen vandaag één ding meer nodig hebben dan vroeger: een positieve basisstemming om hun leven beter baas te kunnen. Hoe moeilijker het leven van alle dag wordt, hoe ingewikkelder en agressiever voor de enkeling, des te meer hebben we allemaal de tegengestelde ervaring nodig: Iets eenvoudigs, iets leuks, dat ons vreugde bereidt en ons “goesting” doet krijgen.

Het gaat erom een positieve basisstemming op anderen over te brengen; een stemming die ons helpt om het leven niet alleen te aanvaarden, maar om het ook werkelijk de baas te kunnen.

En dan stel ik me de vraag: wat kunnen wij als christenen daartoe bijdragen? Uit welke kracht leven wij? Hoe spelen wij het klaar om al datgene wat het leven van ons eist baas te kunnen? Waar kunnen wij ons op oriënteren, uit welke bron kunnen wij putten? Of uitgedrukt met de woorden van de eerste lezing: Wat is onze kracht, waardoor we niet door zorgen en twijfels die ons voortdurend overvallen, worden verteerd? Is de slotzin van de lezing: „Wees niet bedroefd, maar laat de vreugde die de Heer u schenkt uw kracht zijn” dan echt een aanwijzing hoe ik als Christen mijn leven de baas kan?

Voor we ons grondig bezighouden met de inhoud, is het toch wel interessant om na te kijken in welk verband die zin werd uitgesproken. Hij dateert uit de tijd van de terugkeer van het volk Israël uit de Babylonische ballingschap. De grote Perzische koning Cyrus II had dat mogelijk gemaakt en zo konden de Israëlieten rond 520 voor Christus terug naar een totaal in puin liggend Jeruzalem. Het begin was moeilijk, zoals altijd wanneer alles in de as ligt. De mensen begonnen onmiddellijk met het bouwen van een nieuwe Tempel, die was natuurlijk wel veel kleiner en minder rijkelijk versierd dan zijn voorganger. Maar zelfs de mooiste en rijkelijkste Tempel zou toen geen aarde aan de dijk hebben gebracht, want de verwoeste Tempel, de in puin liggende stad – dat waren toch alleen maar uiterlijke tekenen voor de innerlijke toestand van het volk: de gelovigen waren hun thuis kwijt, ze hadden geen oriëntatie, geen houvast en geen innerlijk evenwicht meer.

In die situatie verzamelt de priester Esra het volk om zich heen om hen God’s wet voor te lezen. En daarbij ging het nu eens niet om het afkondigen van wettelijke voorschriften. Esra wilde gewoon duidelijk maken: Deze God heeft met ons een verbond gesloten. En als wij terug één volk willen worden, als we echt terug een oriëntatie in ons leven willen krijgen, dan moeten wij die levensregel van God terug tot onze eigen levensregel maken. Of anders gezegd: Onze toekomst ligt daarin dat we ons bezinnen op onze afkomst en terugkeren naar onze culturele wortels! Die woorden van Esra hebben een enorme werking. Er staat: „Iedereen weende toen ze de woorden van de wet hoorden!” Voor ons vandaag kompleet onvoorstelbaar. In tranen uitbarsten bij het horen van wetteksten! Maar de mensen waren toen diep ontroerd en overweldigd. Ze waren in hun binnenste geraakt en in de ban van de woorden geraakt, omdat ze aanvoelden: Het is niet gelijk wie die hier tot ons spreekt, maar in de woorden van de heilige geschriften is God zelf aanwezig, voelbaar en ervaarbaar. Het is God zelf die ons troost en hoop geeft in deze schijnbaar uitzichtloze situatie. Of anders gezegd: „Wees niet bedroefd, maar laat de vreugde die de Heer u schenkt uw kracht zijn”.

In een tijd van ingrijpende veranderingen gaat men altijd nadenken en redeneert: Waar moeten wij ons leven op grondvesten om van een goede toekomst verzekerd te zijn? Die vraag geldt ook voor ieder van ons in deze tijd van crisis en verandering. Ook voor ons, christenen en voor onze kerk. Waar haal ik de kracht om mijn leven als Christenmens uit te kunnen bouwen? De positieve basisstemming voor ons, Christenen, ontstaat uit ons geloof aan die menslievende God die ons altijd weer uitnodigt om alles op de liefde te zetten en om uit de kracht van de liefde te handelen. Daarom geldt vandaag voor ons ook: Door ons te bezinnen op ons verleden en op onze afkomst kunnen we de toekomst terug positief zien. Wat ons als Christenen kracht geeft, dat is toch de vreugde om die ene God die ons Jezus Christus heeft geopenbaard. Een vreugde die veel meer is dan “Fun” of “Event”, omdat ze ons ook houvast en steun geeft wanneer alles om ons heen weg dreigt te breken. Een vreugde die zelfs in een toestand van zorg en lijden, in pijn en smart, en zelfs tot in de dood nog kracht geeft, omdat ze een uitdrukking van liefde is, die sterker is dan de dood. Als ons leven door die vreugde wordt gedragen en wanneer die vreugde ons leven bepaalt, dan worden wij ook weer interessant voor onze tijdgenoten, zonder daarom tot een „event“ herleid te worden.

Als we die vreugde om ons geloof beleven, dan bezorgt die ons een open glimlachend voorkomen zodat we niet meer zuur en afwijzend overkomen. Dat leidt er ook toe dat we niet meer angstig afstand van elkaar nemen maar dat we elkaar met een vriendelijke glimlach ontmoeten en zo dichter bij elkaar komen.

Beste vrienden, zou het niet mooi zijn wanneer er, juist in deze tijd, in onze kerken een gevoel van vreugde en saamhorigheid tussen de gelovigen zou groeien, die dan ook naar buiten kan worden uitgedragen! Het moet kunnen want: “De vreugde om God is toch onze kracht!!!“  

Amen