1° Zondag Advent (2009)

 

Jongens en meisjes, andere aanwezigen; ik vond het wel een mooie bewerking van het evangelie, die tekst die we net gehoord hebben. Het evangelie gaat eigenlijk over het einde van de geschiedenis. Wanneer dat is, dat weet niemand. Maar de bijbel zegt dat Jezus een keer terugkomt, aan het einde van de geschiedenis. Er werd gezegd: Zeker als er nare dingen gebeuren, moet je goed opletten! Blijf helder. Ga geen dingen doen waardoor je niet meer goed kan nadenken. Blijf niet hangen in je boze bui of je verdriet. Steek je kop niet in het zand. Wees waakzaam. Blijf bidden en leef alsof ieder moment alles anders kan worden. Houd moed, want als de nacht op z'n donkerst is, is de morgen dichtbij.

Komen jullie dat wel eens tegen, dat iemand blijft hangen in een boze bui of in verdriet? Ik ken ze wel. Bij kinderen is het meestal snel over, maar bij grote mensen kan een boze bui of verdriet soms heel lang blijven hangen. En er stond ook: "Steek je kop niet in het zand". Een mooie uitdrukking. Wie weet wat dat betekent? En kun je een voorbeeld daarvan noemen? Ik vind een goed voorbeeld: je weet dat iemand in de klas ongelukkig is omdat die gepest wordt, maar je bent bang om er iets van te zeggen. Dat is je kop in het zand steken. Mensen, vooral grote mensen, blijven nogal eens vastzitten in angst. Ze zijn bang. Maar het is niet goed om steeds maar bang te blijven, of boos, of verdrietig. Je kunt beter iets doen met je gevoel; niet wegstoppen, maar er ook niet in blijven hangen. Doe er iets mee. En praat er desnoods over met God. Misschien krijg je de kracht om de angst of de boosheid of het verdriet los te laten. Om op een goede manier verder te gaan.

Verhalen uit de bijbel die gaan over het einde van de wereld zijn eigenlijk verhalen die gaan over hoe je met angst om moet gaan. Het zijn verhalen die je aan elkaar kunt vertellen als je echt bang bent, of als je het echt moeilijk hebt. Want in die verhalen is veel angst, maar het loopt goed af. De mensen uit die verhalen krijgen kracht van boven, goede moed, vertrouwen, van boven, van God.

Ik wil jullie vandaag kort een verhaal vertellen van een man die 100 jaar geleden leefde en die door het lezen van Bijbelverhalen ook in de goede afloop bleef vertrouwen ook al zag hij hele akelige dingen. Het is het verhaal van pater Damiaan. In die tijd gingen veel priesters naar verre landen. Ze gingen daar naartoe om de mensen te helpen en ook om ze te dopen en ze katholiek te maken. Een van die priesters was pater Damiaan. Hij werd geboren in België. En hij ging heel ver weg, naar een eiland aan de andere kant van de wereld, vlakbij Hawaï. Hij ging naar het eiland Molokai. Dat was een bijzonder eiland, want er woonden alleen maar zieke mensen. Die mensen hadden een besmettelijke ziekte, lepra. En daarom waren ze weggestuurd om op dat eiland Molokai nog een tijd te leven en dan dood te gaan. Er woonden daar toen 6oo mensen, mannen, vrouwen en kinderen. Laten we ons eens voorstellen dat wij ook 100 jaar geleden leven, en dat we met pater Damiaan meegaan. Met de boot, een lange reis, naar de andere kant van de aarde, naar dat eiland met alleen maar zieke mensen. Hoe zou dat zijn als we daar met elkaar zouden rondlopen?

Ik denk dat we verschrikkelijk zouden schrikken. Dat we tegen elkaar zouden zeggen: hoe is dit mogelijk, zo´n ellendige toestand. En ik denk dat we ook bang zouden zijn om de zieke mensen een hand te geven. Want dan zouden wij ook ziek kunnen worden. Ik denk dat we zo snel mogelijk weer met de boot naar huis zouden willen.

Maar pater Damiaan deed dat niet. Hij schrok eerst wel van hoe de mensen daar leefden. Geen ziekenhuis, geen school, geen politie, geen kerk, niets. Alleen maar natuur, hutjes met zieke mensen en eten dat per schip werd afgeleverd. Damiaan schrok, maar hij ging wel met de mensen praten. Hij gaf ze ook een hand. Hij was echt voor hen gekomen. Hij zag hoe ellendig hu toestand was. Maar hoe langer hij daar was, hoe meer hij ook zag wat de zieke mensen nog wel konden. Met geld uit Europa zette hij een ziekenhuis op, en een school, en een werkplaats. Hij maakte van de groep zieken weer een gemeenschap, een gemeenschap van mensen die elkaar hielpen zoveel ze konden. De mensen op dat eiland kregen weer het gevoel dat ze gezien werden als mens. Ze waren ziek, maar ze waren meer dan alleen maar ziek. Ze kregen hun waardigheid terug omdat ze ontdekten dat ze voor elkaar iets konden betekenen. Met hulp van pater Damiaan bloeide het gemeenschapsleven op. En toen Damiaan een kerk had laten bouwen gingen een heleboel mensen daar naartoe. Om samen te zijn, om te bidden, om te zingen, om te voelen en te vieren dat God hen niet in de steek liet.

Niet alleen pater Damiaan, maar ook de zieken in die kerk hadden steeds opnieuw het gevoel: wij krijgen kracht van boven. Eerst voelden we ons alleen maar ziek en machteloos. Maar zie eens hoeveel kracht God ons gegeven heeft. Benedictus XVI, de paus in Rome, heeft vorige maand in een plechtige viering pater Damiaan heilig verklaard. Hij heeft gezegd: de liefde van God werd zo zichtbaar in wat pater Damiaan deed en hoe hij was. Ik weet zeker dat die pater door God is opgenomen in de hemel. Voortaan mogen in de kerk alle gelovigen bidden tot hem om kracht. Je kunt bidden tot Jezus, of tot Maria, of de heilige Franciscus, omdat die jouw grote voorbeeld is. Maar je mag ook bidden tot de heilige Damiaan, als je kracht nodig hebt van boven om met een moeilijke situatie om te gaan.

Eigenlijk heel mooi van onze kerk: dat we tot God en tot alle engelen en heiligen in de hemel kunnen bidden. Want kracht van boven, dat hebben we allemaal op z'n tijd nodig. Soms kun je echt het gevoel krijgen dat de wereld vergaat. Of je schrikt zo van iets dat je er helemaal stil van wordt. Vandaag zullen we bidden tot God, om troost, om kracht, om wijsheid, kortom om alles wat we zo broodnodig hebben om op een goede manier verder te kunnen gaan met ons leven.