1e zondag van de advent (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Vlinders in de tuin. En een bloeiende rozenstruik. Je kunt het, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; je kunt het deze november allemaal meemaken ... Het is mooi en het is fijn - dat ook allerlei herfst-stormen en eindeloze regens uit zijn gebleven; dat is fijn, maar het heeft ook iets ... onrustbarends, iets bevreemdends ... wij vermoeden toch ... dat er iets niet klopt. Het warmste najaar in driehonderd jaar, een najaar dat warmer is geweest dan de koudste zomer in diezelfde driehonderd jaar, sinds het begin van de metingen ... Vorige week sprak ik een collega hier in de stad, een oud-missionaris. Hij zag er prachtig gebruind uit en bleek net terug uit Ghana te zijn. Daar was het ook al zo warm geweest ... uitzonderlijk warm voor Ghanese omstandigheden ... "Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is ..." Op dit moment lopen de bomen uit en het moet nog winter worden ... Erg onrustbarend ... "De mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren" zegt het evangelie ...

Politieke omstandigheden, zoals in onze eerste lezing vandaag, uit de profeet Jesaja, kunnen al net zó onrustbarend zijn. Het gaat daarin onder andere om een rijk, het Assyrische rijk, dat z'n hart had in een land dat ook in het huidig tijdgewricht in het middelpunt van de belangstelling staat: Irak. Destijds was het oppermachtig en was het de agressor. Wij horen hoe de koning van Assyrië, Sanherib heet hij; hoe deze het kleine Juda aanvalt waarvan Hizkia, die in Jeruzalem zetelt, de koning is. Er verschijnt een afgezant van de Assyrische koning en die zegt tegen de dienaren van koning Hizkia dat ze hem moeten vragen: "Waarop berust toch dat vertrouwen van U?" - Er wordt hem, Hizkia, duidelijk gemaakt dat hij tegen Assyrië geen schijn van kans heeft ... "U kunt nu wel zeggen: Wij stellen ons vertrouwen in de Heer, onze God ..." maar dat vertrouwen is niets waard, zo wordt gesteld ... Diezelfde Heer, God, heeft juist de opdracht gegeven aan de koning van Assyrië om Juda en z'n koning te vernietigen. Dus jullie kunnen je maar beter goedschiks meteen gewonnen geven dan dat wij hier de boel kwaadschiks innemen.  (Dan) zullen de mensen hier hun eigen stront eten en hun eigen pis drinken. -Ja, het is niet mis.- Dus jullie kunnen je maar beter overgeven. Laat jullie koning, Hizkia, jullie niet verleiden om je vertrouwen te stellen in de Heer. Luister níet naar hem. Luister veeleer naar de belofte van de koning van Assyrië: Geef je maar aan hém over en stel je onder zijn hoede, "dan kan ieder van U van zijn eigen wijnstok en vijgenboom eten en het water uit zijn eigen put drinken ..." Ja, veelgeliefden, dat laatste willen we nog steeds allemaal: Rust binnen ons eigen bedoeninkje. Onze eigen boontjes doppen en: rust! Afwisselend woorden van verleiding zijn het èn dreigende woorden waardoor de dienaren van koning Hizkia worden gemasseerd en gekneed en murw worden gemaakt. Met gescheurde kleren en met poep in de broek melden ze zich weer bij hun koning die schijnt te denken dat de Heer wel zal redden ...

De dreigingen van de kosmos en van de natuur, van het milieu. En de dreigingen op het toneel van de wereldpolitiek. Denken wij, U en ik, veelgeliefden; denken wij nu wérkelijk dat ene "God" ons daarin en daaruit redden zal? Denken wij, geloven wij dat wij door die "God" de dans zullen ontspringen? Ik denk, veelgeliefden: Laten we daar maar niet naïef in zijn: Mensen en hun bedoeninkjes gaan ten onder. Denk even aan het drama van Hoogerheide, aan de achtjarige Jesse. "Hemel en aarde zullen verdwijnen" zegt Jezus in het evangelie van deze zondag. Maar hij voegt er wèl onmiddellijk aan toe: "(Hemel en aarde zullen verdwijnen), maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen." "Mij kunnen ze vermoorden, maar niet de stem van de gerechtigheid" zei aartsbisschop Oscar Romero van El Salvador kort vóórdat hij, staande achter het altaar in de kapel van de zusters, door kogels werd doorzeefd ... Op een wolk zullen we de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister. Als kind geloofde ik hevig in Sinterklaas. Het is gebeurd dat ik 's nachts wel voor het raam stond te kijken om hem met zijn Pieterbaas over de daken te zien gaan ... En zo, veelgeliefden, moet ik, als ik wel eens in een vliegtuig zit en door het raampje kijk naar het eindeloze, indrukwekkende wolkendek beneden ook wel denken aan deze evangeliewoorden: En, zien we al iets? Komt er al iets aan?omt er al iets aan eze evangeliewoorden: En, zien we al iets? er de daken gejnt te denken dat de Heer wel zal redden .. - Geef toe mensen: die bijbel, dat evangelie ... Het kan op ons de indruk maken van zo onwerkelijk te zijn, zo Moeder de Gans-achtig, zo het resultaat van wensdenken ...

En toch: tot gistermiddag hingen hier in de kerk nog die grote witte en gele banieren die vorige week zondag, met Christus Koning en het bezoek van de nuntius, nog zo goed van pas kwamen ... Ik had gevraagd om ze weg te halen, maar gistermiddag hingen ze er toch nóg. Dus ik ben daar eerder afgelopen week te weinig alert op geweest realiseerde ik mij ... Ja, en zo ben ik dan: voor mij is dat een onoverkomelijk iets. Ik wil niet dat de eerste zondag van de advent hier in "mijn" kerk aanbreekt (in de kerk waarvoor ik verantwoordelijkheid draag) terwijl "die dingen er nog hangen." Dus ik ben zelf als Zwarte Piet op het dak geklommen, heb de boel laten zaken en heb als een Razende Roeland die banieren verwijderd ... De wereld kan ineenstorten, m'n moeder kan een hartverzakking krijgen, maar ze moeten en zullen wég ... Waarom mensen, waarom in godsnaam? Is dat nou zo erg, een dag eerder of later? Ja, dat is erg ... wat mij betreft. Waarom? Omdat advent, het verwachten van de komst des Heren (en die komst, veelgeliefden, is iets van een totaal ándere orde dan de tastbare en zichtbare orde); de advent vráágt van ons dat wij alles in ons leven aan de kant zetten om voor Hem, voor Christus, plaats en ruimte te maken. Niet Híj moet zich aanpassen aan ons, aan wanneer wij eens een keer tijd en zin hebben om voor Hem plaats te maken. Néé-éé, het is omgekeerd waar het de advent betreft: Het is de bedoeling, niet dat Hij zich aanpast aan ons, maar dat wij ons aanpassen aan Hem. Het op tijd weghalen van die banieren die in de adventstijd gewoon niet passen is dáárvan een symbool. "Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen ..." "Wees waakzaam en bid onophoudelijk". Gistermiddag, terug van de markt van de Sinterklaas-inkopen, botste ik bijna tegen één van U op, één van mijn parochianen, een dame afkomstig uit Irak zowaar. Ik verontschuldigde mij. En zij ook: "Ik liep te bidden" zei ze ... Dát soort van botsingen, veelgeliefden, kun je in je leven (en zeker in de adentstijd) niet vaak genoeg hebben. "Waarop berust toch dat vertrouwen van U" vroeg de bode van de koning van Assyrië aan de dienare van de koning van Juda. Mogen wij, mèt koning Hizkia, niet ophouden met op de Heer te vertrouwen - ook al beleven we 't voorjaar in november, ook al gaat de wereld aan haat en strijd ten onder en ook al wordt in Hoogerheide de achtjarige Jesse op school door een gek vermoord. Amen.