Advent (C)

Zusters en broeders,

Het evangelie van vandaag doet sterk denken aan het evangelie van twee weken geleden. Ook toen leek Jezus te verwijzen naar het einde der tijden. Ook toen sprak Hij over tekenen aan de hemel, over zonsverduistering en over sterren die uit de hemel vallen. Maar vandaag heeft Hij het ook over angst en radeloosheid, en zegt Hij dat ‘de mensen het zullen besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen.’ Het zijn woorden van tweeduizend jaar geleden, maar ze lijken wel op vandaag te slaan, nu we leven in een wereld van terreur, van angst en onzekerheid, en van spanning over wat ons en de wereld nog allemaal zal overkomen. En in kranten, op radio en televisie gaan we zo goed als vruchteloos op zoek naar goede berichten, naar goed nieuws, en naar mensen die vol liefde en vrede zijn. Is al het goede en al het vredevolle dan verdwenen, en laat God zijn wereld in de steek?

Nee, God laat zijn wereld niet in de steek. Vandaag begint het nieuw liturgisch jaar, en zoals altijd begint zo’n jaar met de eerste zondag van de advent. En advent, dat zijn vier weken die ons op Kerstmis voorbereiden. En wat is Kerstmis anders dan het feest van de komst van de Heer? Misschien hebben we daar bij het evangelie niet genoeg aandacht besteed, maar Jezus wijst daar heel uitdrukkelijk op. ‘De mensen zullen de Mensenzoon zien komen met macht en grote heerlijkheid’, zegt Hij.

Nee, God laat ons niet in de steek, integendeel. ‘Hef uw hoofd omhoog’, zegt Jezus, ‘want uw verlossing is nabij.’ En Hij voegt daar uitdrukkelijk aan toe: ‘Wees altijd waakzaam.’ En waarom moeten we altijd waakzaam zijn? Omdat God niet alleen op Kerstmis komt, nee, Hij komt elke dag. Elke dag is Hij midden onder ons en laat Hij zijn licht stralen in de chaos die de wereld en ons bestaan overvallen. Hij is onder ons in de bloemen en de kaarsen van meevoelende mensen en in de ballonnen van vriendschap en vrede van kinderen. Hij is onder ons in mensen die zich inzetten voor anderen. Hij is onder ons in de hulpvaardigheid, de barmhartigheid en de inzet van zovelen. En wat we zeker niet mogen vergeten: Hij is onder ons en in de wereld als wij waakzaam zijn, als wij uitzien naar zijn komst, als wij ons hoofd omhoog heffen om te luisteren en te kijken naar zijn woorden en daden van liefde, vrede en gerechtigheid. En wat we nog minder mogen vergeten: Hij is onder ons als we onze handen uit de mouwen steken om zelf naar zijn woorden en daden te leven. Om ons geloof en onze hoop nooit op te geven. Om er te zijn voor anderen. Om altijd bereid te zijn te helpen waar nood is. Om te leven en te geven in zijn naam, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd. Om samen te vieren, en zoals de profeet Jeremia in de eerste lezing vol dank te bidden tot Hem die is de ‘Heer, onze gerechtigheid.’

Zusters en broeders, laten we er ons voor hoeden geen verwachtingen en geen hoop meer te koesteren. Laten we onszelf niet opsluiten in de ellende van deze tijd. Laten we ons ook niet opsluiten in onszelf, in ons eigen leven en in ons eigen verleden, maar laten we beschikbaar en ontvankelijk blijven. Zoals elk jaar stelt de advent ons de vraag waar we mee bezig zijn. En wat is ons antwoord? Zijn we alleen bezig met onszelf, of is er nog licht in ons hart? Het licht van Gods liefde. En willen we nog meewerken aan Gods droom: een wereld waar plaats is voor iedereen? Willen we daar aan meewerken? Willen we, zoals Welzijnszorg ons vraagt, helpen bouwen aan een wereld zonder armoede? En die armoede gaat niet alleen om materieel tekort, zeker niet. Het gaat ook om de armoede van er niet bij te horen, van minder te zijn dan anderen, van geen kansen en geen toekomst te krijgen, van uitgestoten te worden omdat je anders bent dan anderen. Het gaat om zoveel waar we iets aan kunnen doen als we, zoals Jezus ons vraagt, ons hoofd heffen om te kijken en te luisteren naar zijn woorden en daden, zodat we ons hart kunnen openen voor God en onze medemensen. Laten we daar in deze advent werk van maken: dat we in ons doen en denken waakzaam zijn voor de komst van de Heer, zodat we leven naar zijn woorden en daden. Amen.