Door welke deur moet ik gaan?

Beste vrienden,

Leven wil altijd weer zeggen dat we door een aantal deuren moeten gaan. Wanneer we op ons leven terugkijken, dan stellen we vast dat we intussen al door heel wat deuren zijn gegaan. Helemaal in het begin, bij onze geboorte moesten we reeds één van de zwaarste deuren van ons leven overwinnen. Dan kom je in het leven en weet helemaal niet of je daar ook welkom bent, of je ouders ook blij zijn met je komst. En dan de spannende vraag: Wat houdt dat leven voor mij in petto? De volgende deur is dan misschien de deur tussen de peutertuin en de lagere school. Wat komt er dan allemaal op je af? Hoe zullen ze je in die school opnemen? Zal ik me daar goed voelen of kondigen zich daar problemen aan? De volgende deur bevindt zich bij de beroepskeuze. Kies ik wel het juiste beroep? Kan ik die opleiding wel aan en vind ik daarna ook geschikt werk? Een andere deur is die van de relatie. Zal ik met die mens aan mijn zijde gelukkig worden? Zal ons leven samen lukken, of moeten we na enkele jaren terug onze eigen wegen gaan omdat samen leven onmogelijk is geworden of omdat het vuur is gedoofd en onze aandacht zich op iemand anders gericht heeft?     

Voelen jullie ook aan door hoeveel verschillende deuren wij in ons leven moeten gaan? En bij elke deur die zelfde vraag: wat zou er achter die deur liggen? Zal ik datgene wat op me afkomt wel baas kunnen? En zo gaan verwachting en hoop steeds weer hand in hand met onzekerheid en twijfel.  

Het evangelie van vandaag leert ons dat het Jezus ook zo is vergaan. Ook Hij staat voor een deur en weet niet wat Hem daar achter te wachten staat. Hij verlaat het gezin waarin Hij 30 jaren van zijn leven heeft doorgebracht; verlaat zijn thuisstad Nazareth en begeeft zich naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen en dan aan zijn openbaar leven te beginnen. Ik kan me voorstellen dat Jezus die deur van zijn leven met een duchtige portie onzekerheid en scepticisme heeft doorschreden en zo die nieuwe episode in zijn leven heeft aangevat. Maar hoe ziet die nieuwe deur er bij Hem uit? Marcus wil ons door zijn verslag van Jezus‘ doopsel meedelen dat Jezus een goede start heeft gehad. De openbrekende Hemel, de duif, en ook de stem uit de Hemel komen op mij over als een soort liefdesverklaring van God: Jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde.”  Je zou die woorden ook als volgt kunnen interpreteren: “Om het even wat je achter deze deur te wachten staat, Ik ga met je mee. Je bent niet alleen, ik zal je begeleiden.“  Ik ben er van overtuigd dat Jezus op dat moment heel duidelijk heeft aangevoeld dat Hij volledig op de Vader kan vertrouwen. Vanuit die overtuiging, vanuit die geborgenheid in God, vond Hij de kracht om door die deur te gaan en de eigen onzekerheid over die stap achter zich te laten. Daardoor kon Hij de mensen liefhebben, aan het goede in de mensen geloven, Melaatsen aanraken, de echtbreekster vergeven, bij Zacheus aan tafel gaan en zelfs hangend aan het kruis zijn moordenaars vergeven.

En wij? Hebben wij dat gevoel van zekerheid en die geborgenheid in God ook? Dat gevoel dat ons in staat stelt om door de deuren die voor ons liggen te gaan en nieuw land te betreden zonder dat we door al te grote angsten onzeker worden?     

Ook wij werden ooit gedoopt en bij die doop heeft God ook ons met een volmondig Ja toegesproken: Jij bent mijn geliefde dochter, jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde. Jij moet door geen enkele deur alleen gaan, wees er maar zeker van – ik ben altijd bij je! Dat is Gods belofte – maar vinden wij dat genoeg? Geeft het doopsel ons werkelijk de zekerheid die wij bij alle andere dingen in ons leven opeisen om ons zeker te kunnen voelen? Hoe kunnen wij echt ervaren dat God ons liefheeft en dat wij Hem werkelijk vreugde bereiden?  

Zo imposant als Jezus in de Jordaan zullen wij het waarschijnlijk nooit meemaken. Maar ik ben ervan overtuigd dat wij die liefde van God kunnen ervaren in onze omgang met mensen. Mensen die ons graag zien, die ons aannemen zoals we zijn. Het is een ervaring die door de ouders aan hun kinderen wordt doorgegeven wanneer ze hen tonen dat ze hen graag zien door de nodige tijd voor hen vrij te maken. Wanneer kinderen heel bewust hun ouders een plezier doen of wanneer twee huwelijkspartners elkaar met een geschenk verrassen; wanneer iemand een zieke bezoekt of een eenzame voor een maaltijd uitnodigt. Al die ontmoetingen signaleren: Ik mag jou wel, jij bent belangrijk en waardevol voor mij. En vele van zulke ervaringen verdichten zich dan tot de zekerheid: God gaat met me mee, in zijn hand ben ik geborgen!   

Wanneer God ons zo aanneemt en ons zonder enig voorbehoud liefheeft, zouden wij elkaar dan ook niet moeten aannemen en elkaar graag zien? Ik zou ons allemaal willen aanmoedigen om de anderen met dergelijke kleine gebaren en attenties telkens weer te zeggen: Ik zie jou graag, ik ben blij dat je er bent, ik neem je aan zoals je bent! Een dergelijke houding tegenover anderen maakt de samenleving niet alleen blijer en aangenamer, maar vooral ook mooier. Want ik voel toch duidelijk: Wanneer andere mensen mij op die manier benaderen, dan vind ik zelf ook de moed om met zelfvertrouwen en zonder angst door de deuren van mijn leven te gaan en nieuwe dingen aan te pakken. Want ondanks het nieuwe en het beangstigende dat me misschien opwacht, weet ik dat ik niet alleen ben, dat er andere mensen zijn die me bijstaan.  

Uit eigen ervaring ben ik me er wel van bewust dat het niet altijd eenvoudig is om met anderen op die manier ontspannen om te gaan. Soms gebeurt het mij ook dat ik me zodanig over iemand erger, dat ik er echt woedend op ben en gewoon met rust gelaten wil worden. Ik vermoed dat dat normaal is, want het is uiterst menselijk en op het eerste gezicht ook zeer begrijpelijk. Maar op een zeker moment zou ik mezelf dan toch weer moeten bezinnen en aan die andere laten zien dat ik hem, ondanks alles, toch nog steeds graag zie; want anders vertelt mijn leven niet over de goedheid en de liefde van God, maar wordt het eerder de soort van belevenis die wij “een hel op aarde” noemen.  

Ik denk dat wij allemaal een grote rugzak vol ervaren geborgenheid, tederheid en liefde met ons meedragen. Misschien moeten we die rugzak eens open doen en een deel van de inhoud gul aan de mensen om ons heen uitdelen.  Dan kunnen die mensen door ons toedoen ook ervaren dat God hen liefheeft en dat ook zij met vertrouwen door alle deuren van hun leven kunnen gaan! Door alle deuren, ook door de laatste! Amen.