Wie zegt gij dat Ik ben?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Er was eens een blinde, die niet ineens genezen werd, maar geleidelijk. Over die blinde wordt verteld in het evangelie vlak voor het stuk dat vandaag gelezen werd. Het ging zo met die man: eerst zag hij helemaal niets. Toen legde Jezus hem de handen op zijn ogen, en vroeg hem: zie je al iets? Hij zei: ja, ik zie mensen, maar ik zie ze als bomen. Toen legde Jezus hem opnieuw de handen op. En toen ging hij alles duidelijk zien.

Dit verhaal is erg belangrijk voor het evangelie van vandaag. Anders loopt het vandaag voor sommige mensen misschien op een teleurstelling uit. Want het gaat over de vraag: wie zegt gij dat de Christus is? En dan moeten we bij het antwoord op die vraag dat sommige mensen geven niet schrikken of kwaad worden als iemand in hem echt nog niet alles ziet. Dat komt dan nog wel.

Petrus antwoordt op die vraag: ‘Gij zijt de Christus de Zoon van de levende God'. Je zou zeggen: dat antwoord is geweldig. Toch zag Petrus ook nog lang niet alles. Hij zag nog niet, dat God de God van de armen is, van de ontluisterde mensen, de God van mismaakte mensen en van lijdende mensen. En dat God daarom bij zijn menswording een slavengestalte aannam. Petrus zag dat nog niet. Hij zag nog niet zo duidelijk waar het eigenlijk om ging. Daarom protesteerde hij tegen het lijden van Christus. Doch Christus wilde solidair zijn met lijdende mensen.

En nu komt de vraag op ons af: wie zeggen wij dat Hij is? Sommige mensen worden kwaad als je dan niet meteen zegt: Christus is de Zoon van God. Maar waarom zou iemand niet geleidelijk tot dit inzicht mogen komen? Net als die blinde. Misschien zegt iemand: Christus doet mij wel iets; dat hij een melaatse aanraakte, en daarmee tegen ons zei: je moet niemand buitensluiten, je moet iedereen in je kring opnemen. Of dat van die broodvermenigvuldiging: dat je moet delen, alles moet delen, en dat er dan genoeg is voor iedereen.

Wie is hij voor ons? Kunnen wij zeggen dat hij ons inspireert? Geloven wij echt dat hij leeft? Bidden wij wel eens tot hem als tot iemand die ons werkelijk hoort? Misschien wel, misschien niet. Ach, het hoeft toch ook allemaal niet ineens? Vermoedelijk gaan wij pas echt geloven dat hij de Zoon van God is als wij gaan beseffen, dat Hij meer dan wie ook, aan de kant staat van arme mensen, van ontrechte mensen, ontluisterde mensen. Dat Hij zo aan hun kant staat dat hij zijn rug aanbiedt aan hen die hem slaan, zijn wangen aan hen die hem de baard uitrukken, dat Hij zijn gezicht niet verbergt voor wie hem bespuwen.

Wie Christus wil leren kennen zoals hij is, zal moeten gaan kijken bij mensen die verdriet hebben en lijden. Dat betekent op zijn minst dat Jezus is bij die mens die wij verwerpen, die wij niet uit kunnen staan. Wie dit nog niet ziet, ziet nog niet scherp. Maar wie zegt dat dat niet komt? Petrus zag ook niet alles ineens.

Alleen: als wij dit gaan zien, zal er wel wat in ons veranderen.