Zoon van God (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
* De huidige mens erkent in Jezus gemakkelijk een groot profeet en tegelijk een mens als de anderen. Hij heeft het wel moeilijk als men zegt dat Jezus God is, of Zoon van God is. Het gaat hier natuurlijk niet om een biologisch zoonschap, alsof God een lichaam zou hebben. Iedere tijd legt zijn klemtoon. Vandaag ligt de klemtoon op Jezus’ mens-zijn, in vroegere tijden op zijn God-zijn. Dat is de blinde vlek van ons oog, die verschuift.

* Is onze zondagse geloofsbelijdenis: “ Ik geloof in J.C., zijn enige Zoon”, of “ eniggeboren Zoon van God… God uit God, Licht uit Licht…” soms voorbijgestreefd ? – Heel onze christelijke geloofsbelijdenis heeft haar wortels in de Schrift . En daarvoor biedt ons het evangelie van vandaag (Joh 14, 1-12) een heel bijzondere humus. - Hierover schreef onze nieuwe paus Benedictus XVI een merkwaardig boek: “Einführung in das Christentum”.

1. Jezus beleefde met zijn Vader een weergaloze relatie. Hij kon Hem direct aankijken in het hart. Zo intens was die omgang dat Hij God aansprak met “abba” (papaatje). En tevens sprak Hij van “Mijn Vader en uw Vader” (Joh 20, 17) alsof er toch een verschil was met ons. - Hij mocht zeggen: “ Ik ken Hem, want van Hem ben Ik uitgegaan.” (Joh 7, 29; 8, 42), en “ Niemand kent de Vader tenzij de Zoon, en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.“ (Lc 10,22). - Vandaag vraagt Filippus; “Maar toon ons de Vader”, en Jezus zegt: “ Maar Filippus, ge zijt al zo lang bij Mij; als ge Mij kende zoudt ge de Vader kennen; want wie Mij ziet, ziet de Vader.” Vandaar: “ Gelooft ge dan niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is ?... Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij…” (Joh 14, 1-12) - En eerder zei Hij al: “ Ik en de Vader, wij zijn één.” (Joh 10, 30). Eenheid die model staat voor de eenheid in de wereld: “ Opdat allen één zijn gelijk Gij Vader in Mij, en Ik in U…” (Joh 17,21)

2. En inderdaad, als wij héél dat leven van Jezus bekijken, dan zien wij hoe Hij vanuit deze eenheid, voortdurend God heeft verkondigd, voorgeleefd en opengeleefd door God met zijn eigen leven tegenwoordig te stellen: “Ik verkondig wat Ik bij de Vader heb gezien (cf Joh 8, 38); de werken die Ik doe, doe Ik niet uit Mijzelf. Wat Ik doe is wat Ik de Vader zie doen.“ !cf Joh 5, 19) Hij was in alles de icoon van de Vader, de uiteindelijke openbaring van God.

a) De durf en het gezag waarmede Hij sprak ging uit boven alle menselijk gezag. Waar de oude profeten spreekbuis waren van God: “ Jahweh heeft gezegd…”, zegt Jezus: “Gij hebt horen zeggen… Maar Ik zeg u…” (Mt 5). Indrukwekkend waren zijn woorden: “ Voorwaar, voorwaar Ik zeg u…” – Hij stelde zich boven de Wet, boven de Sabbat, en boven de Tempel: allemaal dingen waarover alleen God zeggingskracht had. – Met hetzelfde gezag moesten zijn vele IK-BEN-woorden bij de toehoorders in de oren geklonken hebben: "Ik ben de deur” (vorige zondag); “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”; “Ik ben de goede Herder”; “ Ik ben de verrijzenis en het leven”; “Ik ben het Brood des levens”; “Ik ben de wijnstok”; “ Ik ben het Licht der wereld”… Dat waren gezegden aan God gereserveerd! En hoe geheimnisvol waren de herhaalde woorden: “ Eens zult ge inzien dat IK BEN.” (Joh 6,28; 13, 19) Maar “ Ik ben” is de naam van God. Dat was geen verwaandheid maar waarheid. Met deze woorden liet Hij aan zijn toehoorders indirect en op gesluierde maar vatbare wijze verstaan, wie Hij in zijn diepste diep was.

b) Zo ook waren de tekenen die Hij stelde een verhaal van God naar mensen: de genezingen aan zieken en zijn aandacht voor de arme en de uitgeslotene. Door zijn tekenen begon men God te verstaan. Zo was Hij als een prisma op Gods licht. Maar deze wonderen deed Hij zelf zonder eerst Gods hulp af te smeken: “ Talita koemi”: Meisje, Ik zeg je, sta op ( Mt 9, 18-26), en zo de opstanding van de zoon van de weduwe van Naïn, en deze van Lazarus. En zo ging het met de indrukwekkende broodvermenigvuldiging. – Het grote teken was dat van de zondenvergeving. Dat was Gods voorrecht. Niemand voor Jezus had ooit zonden vergeven en zeker niet in eigen naam: “ Uw zonden zijn vergeven.” En de rabbijnen ergerden zich: “ Wat zegt die man daar ? Hij lastert God ! Wie kan zonden vergeven dan God alleen ! “ (Lc 5, 21). Dat was zeer juist: wie kan zonden vergeven dan God alleen ? Daardoor bewees Hij zijn God-zijn.

* Het is vanuit dit alles dat de Kerk begrepen heeft dat Jezus de meest volledige openbaring was van God zelf. (a) Om deze vereenzelviging van Jezus met God uit te drukken heeft Lucas Maria in haar tocht naar Elisabeth voorgesteld als de Ark van het verbond, vindplaats en tabernakel van Gods aanwezigheid. (b) En de oude apostel Johannes schreef: “ In de beginne was het Woord, en… het Woord was God… Het Woord is vlees geworden, het heeft onder ons gewoond, en we hebben zijn heerlijkheid aanschouwd…. Niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren God die in de schoot van de Vader is, Hij heeft Hem doen kennen. “(Joh 1,1-18). - Het verbluffende is dat wij geroepen zijn om in deze onvoorstelbare liefde-eenheid binnen te treden. Dat hoorden wij in de 2de lezing: “God heeft u geroepen tot zijn wonderbaar licht.” (1 Petr. 2,9); en in het evg: “ Ik kom terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn daar waar Ik ben. “ (Joh 14,3) - Het evangelie is een blijde boodschap ! Amen.