We mogen stralen! A (2014)

Lieve mensen, we weten al lang dat Matteüs met zijn evangelie de mémoires van Jezus wou neerschrijven…

En juist vóór dit stukje vandaag, beschrijft hij “De Bergrede” van Jezus! De Bergrede die hij ziet als de krachtige korte inhoud van hoe Jezus naar de mensen keek, ieder afzonderlijk, hoe Hij naar de gemeenschap keek waar Hij leefde en naar de  mens in heel de wereld... en tegelijk, hoe Jezus zelf inde wereld stond…

“De Bergrede” die we nu zien als de ultieme inhoud van onze opdracht als Christenen in onze gemeenschap en in de wereld…

Kort nadien geeft Jezus zijn toehoorders dat formidabel compliment:

“Gij zijt het zout der aarde!”.

Hij zegt dat niet tegen de wetgeleerden of Farizeeërs, den burgemeester of de schepenen. Neen, Jezus zegt dat tegen de gewone mens in de straat die naar Hem komt luisteren; de vissers en de boeren, de werkloze en de arme, de ongeletterde en de zondaar……

Lijkt Mijn Bergrede van vorige week wat te zwaar en te moeilijk, dàt is het eigenlijk niet, lieve mensen, want zie: ‘je doet het al’, zegt Jezus.

Wat hebben die mensen dan toch, dat Jezus hen met zo’n compliment gerust stelt?

Als je ooit van iemand hoort zeggen : ‘Wat een knappe vrouw! Die kan het mooi zeggen en ze doet ook wat ze zegt, die blaast niet van de toren… Of als je hoort zeggen: ‘Wa ne knappe man! Hij kan het goe zeggen, maar hij heeft gene dikke nek! Da’s  ne man naar mijn hart….’ Dan weet je wat Jezus bedoelt als hij zegt : “Gij zijt het zout der aarde!”

Als ze zeggen: ‘dat is ne man of een vrouw naar m’n hart.’…

Dan gaat het over iemand die zichzelf niet gevangen zet in zijn positie, die zich niet moet verdedigen om zich iemand te voelen, die zichzelf niet moet bewijzen.Dan gaat het over iemand die “is zoals hij is”.

Dat is de kostbare eigenschap van heel gewone mensen.

Dat is de kostbare eigenschap van ons allemaal! En dat mogen wij ons niet laten afnemen. Zijn zoals we zijn! Heel gewoon goed! “Meer” moet voor Mij niet zegt Jezus. Dat snuifje zout zijn dat iets flauw kan pittig maken. Dat snuifje zout zijn dat ons lichaam behoedt voor uitdroging.

Want mensen die zout genoemd worden zijn geen droogstoppels. Zout zijn is smaak geven aan het leven, zodanig dat mensen graag bij ons zijn,

dat ze ons als chef of collega graag hebben, dat ze ons als buur graag hebben dat ze ons als schoonmoeder, of schoonvader graag hebben

dat onze kinderen en kleinkinderen graag bij ons zijn…

Als we dat snuifje zout zijn, dàn zit er pit in ons, dàn kruiden we andermans leven, dan zijn we geen droogstoppels!

En Jezus geeft twee complimenten tegelijk! Hij zegt ook nog “Gij zijt het licht van de wereld!” Hij zegt het tegen de gewone mensen in de straat.

Tegen de mensen zoals wij, die geen andere stom voorbijlopen! Tegen gewone mensen, die aandacht hebben voor hun buur die te oud geworden is om de opgewaaide herfstbladeren op te keren, of de sneeuw te ruimen…

Tegen de gewone mensen, die aandacht hebben voor een zieke buurman of vrouw en wat hulp durven aanbieden, vooral langer dan alleen maar de eerste week. Tegen de gewone mens, die aandacht heeft voor iemand die weduwe of weduwnaar geworden is, ook nog een jaar of twee jaar later.

Tegen de heren en dames in het verkeer, die niet overal en altijd hun plaats opeisen. Tegen de heren en de dames die nog vriendelijk kunnen aanschuiven aan de kassa.

Want; “licht breekt altijd door!”

Wij hebben thuis een houten trap. En als we ‘s avonds gaan slapen, en ‘t licht brandt nog in de kelder, dan schijnt er licht in onze traphal door de hele fijne spleet waar de traplat de muur niet helemaal raakt…

Als we in bed liggen en het licht op de trap is blijven branden, dan schijnt er licht in de slaapkamer door de dunne spleet onder aan de deur of opzij.

Met 1 ledlampje van een speldenkop groot, kunnen we al een boek lezen in ons bed, zonder onze partner wakker te houden.

Als we elektriciteitspanne hebben en we steken enen allumeur aan of 1 stekje, of 1 theelichtje, dan is al heel de kamer verlicht en kunnen we ons verder behelpen.

Zo 1 lichtpuntje zijn en vooral er een dagelijks actiepuntje van maken; méér vraagt Jezus niet van ons. Met al die kleine lichtpuntjes zijn we voor Hem “het licht van de wereld”.

Voor Jezus zijn we dan volop bezig met te leven zoals Hij het in die moeilijke bergrede gebracht heeft. Dan zijn we volop bezig met te leven vanuit onze diepe goddelijke kracht, die ons, onze eigen vrijheid laat ontdekken,

die ons, onze eigen bestemming doet zoeken en vinden en ons ernaar doet streven…

Lieve mensen, “Gij zijt het zout der aarde en het licht van de wereld!”

Het raakt de kern van ons geloof!

We zijn mensen naar Jezus’ hart en die formidabele complimenten meer dan waard! We mogen stralen!

Inspiratie: Manu Verhulst