Gerechtigheid

Broeders en zusters,

 

Zalig ben je als je hongert en dorst naar gerechtigheid, want je zult verzadigd worden.

 

Vorige week om deze tijd vierde ik samen met de Bisschop de mis in een parochiekerk in Nairobi Kenia. Een overvolle kerk, met vooral jonge Afrikanen. Geen motetten van Britten en Stanford, maar Afrikaanse gezangen, begeleid op bongo’s en sambaballen.

Het was een vrolijke, maar ook hele emotionele viering, omdat het voor ons de afsluiting was van een week vol heftige ontmoetingen en persoonlijke verhalen. Verhalen van mensen die ondanks grote armoede, ziekte en afschuwelijke ervaringen, een rotsvast geloof hebben in de goedheid van God.

En niet de spectaculaire noodlanding die wij halverwege moesten maken is mij het meest bijgebleven, maar het verhaal van Emmely, een meisje van 18 die wij ontmoetten en die met haar moeder, broer en zusjes woont in de sloppenwijken van Nairobi stad.

 

Zij leidde ons rond door de slumps en vertelde dat ze 13 jaar oud was toen ze met haar familie moest vluchten vanuit Rwanda naar het grensgebied met Kenia. Een onverwachte aanval op hun geïmproviseerde vluchtelingenkampje zorgde voor zoveel paniek, dat zij de rest van haar familie niet meer kon vinden. Ze heeft een half jaar alleen door de bossen van het grensgebied gezworven, constant alert blijvend op het gevaar van wilde beesten en de aanwezigheid van mensen. Ze durfde niemand te vertrouwen, omdat ze wist dat rebellenleiders op de loer lagen met maar een doel: je verkrachten en vermoorden. Het enige wat ze bij haar had was een mes. En ze had met zichzelf afgesproken dat, als zij dreigde gepakt te worden, ze haar leven zou beëindigen. Niet uit wanhoop, maar omdat ze geloofde dat God haar het leven had gegeven en dat zij, geschapen door Hem uniek was. Zij wilde niet toelaten dat haar leven misbruikt en verwoest werd door een ander. Het zou dus voor haar geen zelfmoord zijn; vertelde ze, nee, ze zou haar leven aan God teruggeven!

 

Na een half jaar werd ze opgepikt door een klein vliegtuigje met VN soldaten. Zij hebben haar over de grens naar Kenia gebracht, waar zij kort daarop verenigd kon worden met haar familie. Toen ik haar vroeg hoe ze dat al die tijd had volgehouden, antwoordde ze dat ze op school één psalm uit haar hoofd had geleerd. Psalm 30, die hier ook vaak in een mooie bewerking klinkt. En ze vertelde deze psalm nog dagelijks te bidden, omdat één zinnetje eruit haar leven heeft getekend: ‘Ik zal niet wankelen in eeuwigheid, want de avond brengt geween, maar de ochtend blijdschap’. Ze had zichzelf zo vaak huilend in slaap gebracht, niet wetend of ze de volgende ochtend wel zou halen. Om dan toch wakker te worden met een glimlach, want misschien zou deze nieuwe dag we; de dag van haar redding zijn.

 

Zalig ben je als je hongert en dorst naar gerechtigheid, want je zult verzadigd worden.

 

U zult begrijpen dat ik door deze ervaringen de zaligsprekingen van vandaag met andere ogen lees. Wanneer Jezus die massa mensen voor zich ziet, gaat Hij de berg op om iets hoger te kunnen zitten. Hij wil daarmee niet vanuit de hoogte op hen neerkijken, maar scherper kunnen zien wie die mensen zijn. Hij kan hen stuk voor stuk aankijken. Hij ziet mensen die door anderen misschien nooit gezien worden. Het zijn mensen van alle tijden die net als wij verlangen naar verzoening, vrede en gerechtigheid. Ze hebben echter weinig te verliezen, want ze hebben al zoveel prijsgegeven. Zij zijn al zo vaak uitgekleed en beseffen dat je leven uiteindelijk niet daarvan afhangt.

 

Naar zulke mensen kijkt Jezus en hij ziet hoe rijk ze eigenlijk zijn. Hij dwingt mij om naar hen te kijken en te luisteren. Hij wordt geraakt, ontroerd en verrast en wil dat mij ook laten ervaren.  Maar alleen Hij heeft vervolgens recht van spreken, als hij zegt: ‘zalig ben je’ want ik ben in heel veel opzichten niet minder arm dan zij, en dus gelden die woorden ook voor mij!

 

Het woord ‘zalig’ is in de nieuwe Bijbelvertaling vervangen door het woord ‘gelukkig’

Maar gelukkig zijn met armoede lijkt een tegenspraak. Gelukkig zijn omdat anderen je haten is toch ook nauwelijks voor te stellen. Maar met gelukkig zijn bedoeld Jezus iets anders. Een tijdelijk geluk kun je inderdaad vinden in materiële welvaart, een goede gezondheid, kortom een lekker leven. Maar veel van dat geluk is min of meer te koop. Je kunt je nu eenmaal meer veroorloven als je meer geld hebt. Maar het echte geluk heeft volgens Jezus te maken met ‘vrij zijn’ Niet voor niets verwacht Hij van z’n leerlingen dat ze alles achter zich laten om Hem te volgen. Achterlaten en loslaten. Nergens meer aan vast zitten. Je echt vrij voelen.

Dan moet je arm willen zijn, niet in de zin van niets te eten hebben, maar niet meer vast zitten aan bezit. Dan moet je honger willen lijden, niet met een knorrende maag, maar met een verlangen naar geestelijk voedsel. Dan moet je willen huilen, omdat loslaten pijn doet, maar ook durven lachen in het besef dat God je nooit los laat.

 

Om in vrijheid God te kunnen volgen, zullen we dus met lege handen op weg moeten gaan. Alleen zo kunnen we getuigen zijn van een bevrijdende boodschap. Het is nml die vrijheid waarmee God de wereld geschapen heeft. Een vrijheid dus die  al het menselijke overstijgt. Een vrijheid die niet te koop is, maar bereikbaar moet zijn voor ieder schepsel van God.

Een vrijheid die gratis is, maar die ons wel verplicht om ook anderen vrij te maken. En dat is een andere vrijheid dan waar onze westerse samenleving op gebouwd lijkt. Dat mond soms uit in een berekenende vrijheid die keihard met je afrekent. God vrijheid stelt mij in staat om van mijn leven uit te delen; mijn kracht aan wie kwetsbaar is, mijn welvaart aan wie niets heeft, mijn warmte en liefde met wie in de kou staat. Daar begint het Rijk der hemelen waar Jezus het over heeft in het evangelie. Daarmee kun je anderen en dus ook jezelf gelukkig maken, zalig!

 

De tekst van de zaligsprekingen is het begin van Jezus’ Bergrede, het begin dus van de weg die Hij zijn medemensen wil wijzen. Heel die Bergrede is een indringende oproep om misbruik van macht en geweld te doorbreken, om nu eens echt te doen wat je kunt doen, ook al ben je kansarm, berooid of eenvoudig bent. Juist die beginwoorden van Jezus zijn een hartverwarmende bevestiging van al die mensen die uitgenodigd en uitgedaagd worden om te werken aan een nieuwe wereld.

 

Ik had nog 20 euro in mijn zak en wilde Emmily bij ons afscheid wat geld geven voor haar studie, die ze vast besloten was te gaan volgen. Ze nam het aan maar trok mij vervolgens mee naar een ander meisje van 18 die net bevallen was van haar tweede dochtertje. Ook een vluchtelinge, maar dus wel in handen van de rebellen gevallen. Zwanger gemaakt en nog in leven. Ze gaf haar het geld, met de ironische opmerking dan maar een dagje niet te gaan shoppen. Zij had het in de ogen van Emmily harder nodig, omdat zij met haar dochtertjes nog bezig was te overleven. Op mijn wat wanhopige blik naar de twee kleintjes antwoordde de 18 jarige moeder: ‘jullie westerlingen hebben de klok, maar wij hier hebben de tijd en dus ook de vrijheid om hopelijk iets van Gods bedoelingen met ons leven te begrijpen. Vertrouw er maar op dat het met ons wel goed komt!’

 

Zalig ben je als je hongert en dorst naar gerechtigheid, want je zult verzadigd worden.

 

Het rijk der hemelen is er nog niet. Veel tranen zijn nog heus niet weggewist en hulpverlening lijkt soms een druppel op een gloeiende plaat. Maar die meiden hebben mij geleerd dat er mosterdzaadjes van hoop zijn en dat laten zij zich door onze soms westerse onverschilligheid niet ontnemen. Ze dragen hoop en verwachting in zich als een onverwoestbaar teken. Zalig ben je als je ondanks alles daartoe in staat bent.

Amen.